Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 22 juli 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:5081Zaaknummer 12039080 \ AC EXPL 26-5

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
4 augustus 2026
Zaaknummer
12039080 \ AC EXPL 26-5
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amersfoort
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zakelijke huurkoopovereenkomst auto is beëindigd. Gedaagde wordt o.a. veroordeeld tot vergoeding van de nog verschuldigde maandelijkse betalingen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1

verklaart voor recht dat de financiële leaseovereenkomst (huurkoop) met betrekking tot de Volkswagen, type: T-Roc, met kenteken [kenteken] is beëindigd;

4.2

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan ABN AMRO van het bedrag van € 19.948,28, vermeerderd met de contractuele rente van 1,5 % per maand vanaf 12 december 2025 tot de dag van volledige betaling;

4.3

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van het bedrag van buitengerechtelijke incassokosten van € 2.586,61, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4

veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 2.922,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.5

veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.6

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2 tot en met 4.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.7

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

TS5596

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De kern van de zaak
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Amersfoort

Zaaknummer: 12039080 \ AC EXPL 26-5

Vonnis van 22 juli 2026

in de zaak van

ABN AMRO ASSET BASED FINANCE N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

hierna te noemen: ABN AMRO,

gemachtigde: VD&P juristen,

tegen

[gedaagde], handelend onder de naam [handelsnaam],

wonende in [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: [gemachtigde].

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 7;

- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 4 maart 2026 met het verweer van [gedaagde];

- de brief van de griffier waarmee partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling;

- de aanvullende producties 8 t/m 11 van ABN AMRO.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Namens ABN AMRO was de gemachtigde (mr. R. van Erven) aanwezig. Namens [gedaagde] was haar partner ( [A]) aanwezig. De gemachtigde van ABN AMRO heeft spreekaantekeningen voorgedragen, deze zijn toegevoegd aan het procesdossier. Namens [gedaagde] is daarop gereageerd en is haar standpunt voorgedragen. Daarnaast hebben partijen antwoord gegeven op de vragen van de kantonrechter en hebben partijen op elkaar mogen reageren. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen besproken is.

1.3

Daarna is vonnis bepaald.

2 De kern van de zaak

2.1

ABN AMRO heeft op 22 augustus 2024 de financiële leaseovereenkomst (hierna: de overeenkomst) tussen partijen met betrekking tot een Volkswagen T-Roc (hierna: de auto) beëindigd omdat [gedaagde] de maandelijkse leasetermijnen niet (op tijd) heeft betaald. In deze procedure vordert ABN AMRO dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige leasetermijnen, rente en kosten. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] deze bedragen moet betalen. Ook de verklaring voor recht dat ABN AMRO de overeenkomst heeft ontbonden wordt toegewezen.

3 De beoordeling

ABN AMRO heeft de overeenkomst van LFH Lease overgenomen

3.1

[gedaagde] heeft op 2 september 2022 de overeenkomst met LFH Lease B.V. (hierna: LFH Lease) gesloten. Op enig moment heeft ABN AMRO de overeenkomst en alle daaraan verbonden rechten van LFH Lease overgenomen en daarvan is [gedaagde] op 22 augustus 2024 op de hoogte gesteld. Dit is tussen partijen niet in geschil. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat ABN AMRO de overeenkomst van LFH Lease heeft overgenomen.

De overeenkomst is beëindigd

3.2

ABN AMRO vordert een verklaring voor recht dat de overeenkomst is beëindigd. Deze verklaring voor recht zal de kantonrechter toewijzen. Namens ABN AMRO is [gedaagde] meerdere keren schriftelijk verzocht en gesommeerd om de maandelijkse leasetermijnen te betalen, maar [gedaagde] heeft dit niet gedaan. Daardoor is een betalingsachterstand ontstaan. [gedaagde] heeft dit ook niet betwist. Hierdoor is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen.

3.3

In de overeenkomst zijn de “Algemene Voorwaarden Financial Lease 2017-01-FL” (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing verklaard. In artikel 12 van de algemene voorwaarden is, voor zover relevant, bepaald dat LFH Lease het recht heeft om de overeenkomst zonder rechtelijkere tussenkomt te beëindigen als [gedaagde], nadat zij in gebreke is gesteld, in gebreke blijft met het betalen van enig door haar aan LFH Lease verschuldigd bedrag. Daarvan is in dit geval sprake en ABN AMRO mocht daarom de overeenkomst beëindigen en dit heeft zij op 22 augustus 2024 dus ook gedaan. Vervolgens heeft [gedaagde] op 22 november 2024 de auto ook ingeleverd, waarna de auto door ABN AMRO is verkocht.

[gedaagde] moet de hoofdsom van € 17.244,04 betalen

3.4

In artikel 12 van de algemene voorwaarden is ook bepaald dat LFH Lease na beëindiging van de overeenkomst nog recht heeft op juiste nakoming van de overeenkomst, dat wil zeggen op betaling van de nog verschuldigde en nog resterende leasetermijnen. Op dit totaalbedrag heeft ABN AMRO de verkoopopbrengst van de auto al in mindering gebracht. [gedaagde] moet € 17.244,04 aan ABN AMRO betalen. Deze vordering heeft ABN AMRO voldoende toegelicht en [gedaagde] heeft niet betwist dat zij dit bedrag nog verschuldigd is.

Een (mogelijke) betalingsafspraak tussen partijen

3.5

Het belangrijkste verwijt van [gedaagde] aan ABN AMRO is dat zij geen eerlijke kans heeft gehad op een geschikte betalingsregeling. Uit de door ABN AMRO overgelegde stukken blijkt dat dit niet klopt en dat op drie verschillende moment (16 april 2024, 30 mei 2024 en 29 juli 2024) een betalingsafspraak is gemaakt. Het is vervelend voor [gedaagde] dat zij desondanks op enig moment niet meer kon betalen, maar dit komt voor haar eigen rekening en risico.

3.6

De kantonrechter merkt nog wel op dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde] van goede wil is en ook wel bereid is om een betalingsregeling te treffen. De gemachtigde van ABN AMRO heeft dit ook gehoord. Het bedrag dat [gedaagde] maandelijks zou kunnen betalen is voor ABN AMRO echter onvoldoende en daarom heeft zij de kantonrechter verzocht om vonnis te wijzen. Na ontvangst van het vonnis kan [gedaagde] contact opnemen met (de gemachtigde van) ABN AMRO om te onderzoeken of zij alsnog tot een betalingsregeling kunnen komen.

[gedaagde] moet over de hoofdsom de contractuele rente betalen

3.7

[gedaagde] moet over het totaalbedrag van € 19.948,28 de overeengekomen contractuele rente van 1,5 % per maand betalen vanaf de datum van de dagvaarding. ABN AMRO heeft berekend dat de contractuele rente tot 11 december 2025 uitkomt op een bedrag van € 2.704,24. Daartegen is geen verweer gevoerd. De kantonrechter zal daarom € 2.704,24 aan al verschenen contractuele rente toewijzen en daarnaast de contractuele rente over € 17.244,04 vanaf 12 december 2025.

[gedaagde] moet een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten betalen

3.8

Daarnaast wordt de vordering van ABN AMRO tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarom zal de vordering worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De kantonrechter stelt vast dat ABN AMRO voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Ook heeft [gedaagde] de verschuldigdheid daarvan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet betwist en zijn er geen omstandigheden aanwezig om (ambtshalve) tot matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan. Daarom zal de kantonrechter de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten toewijzen.

[gedaagde] moet de proceskosten van ABN AMRO betalen

3.9

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van ABN AMRO betalen. Deze proceskosten worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€120,78
- griffierecht€1.504,00
- salaris gemachtigde€1.154,00(2 punten × € 577,00)
- nakosten€144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€2.922,78
3.10

De nakosten worden toegewezen tot het maximumbedrag van € 144,00. ABN AMRO heeft namelijk niet onderbouwd waarom de kantonrechter in dit geval een hoger bedrag (zij vorderde de helft van een salarispunt van € 577,00) zou moeten toewijzen.

[gedaagde] moet over de kosten de wettelijke rente betalen

3.11

De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Het vonnis wordt grotendeels uitvoerbaar bij voorraad verklaard

3.12

ABN AMRO heeft gevraagd om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit zal de kantonrechter ook doen zoals hierna is bepaald. Dit betekent dat partijen uitvoering moeten geven aan dit vonnis, óók als een van partijen hoger beroep instelt. Het vonnis van de kantonrechter geldt dan totdat op het hoger beroep is beslist.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1

verklaart voor recht dat de financiële leaseovereenkomst (huurkoop) met betrekking tot de Volkswagen, type: T-Roc, met kenteken [kenteken] is beëindigd;

4.2

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan ABN AMRO van het bedrag van € 19.948,28, vermeerderd met de contractuele rente van 1,5 % per maand vanaf 12 december 2025 tot de dag van volledige betaling;

4.3

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van het bedrag van buitengerechtelijke incassokosten van € 2.586,61, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4

veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 2.922,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.5

veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.6

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2 tot en met 4.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.7

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

TS5596

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.