Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 30 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4903Zaaknummer C/16/609191 / FO RK 26-395
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 30 juni 2026
- Publicatiedatum
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/16/609191 / FO RK 26-395
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
oma mede (met moeder) belasten met ouderlijk gezag pv mondelinge uitspaak
De rechtbank:
belast de oma samen met de moeder met het gezag over [minderjarige];
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
3 De gronden van de beslissing
Het wettelijk kader
Uit artikel 1:253t lid 1 BW volgt dat de rechtbank, als het gezag over een kind bij één ouder berust, op een gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind kan belasten. Als een kind ook in een familierechtelijke betrekking staat tot een ander dan de ouder gelden aanvullende voorwaarden (lid 2). Ten slotte wordt een dergelijk verzoek afgewezen als, ook in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij toewijzing van het verzoek de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat aan voornoemde wettelijke vereisten wordt voldaan en de oma samen met de moeder kan worden belast met het gezag over [minderjarige]. De rechtbank legt dat hierna uit.
Er is geen familierechtelijke betrekking tussen de biologische vader en [minderjarige], omdat de vader [minderjarige] niet heeft erkend en ook geen gezag over hem heeft. Ook heeft de vader geen contact met [minderjarige] of de moeder en is de vader niet betrokken in het leven van [minderjarige]. De oma heeft verteld dat zij wel op eigen initiatief de vader informeert over [minderjarige] en dat zij foto’s van [minderjarige] naar hem stuurt. Gelet op deze feiten hoeft het verzoek niet te worden getoetst aan de voorwaarden uit lid 2.
Bij de rechtbank bestaat er geen vrees dat bij toewijzing van het verzoek de belangen van [minderjarige] zouden worden verwaarloosd, zoals in lid 3 wordt genoemd. Het is juist in het belang van [minderjarige] dat de oma samen met de moeder wordt belast met het gezag over hem. De oma staat in familierechtelijke betrekking tot [minderjarige]. De moeder en de oma dragen de verzorging en opvoeding van [minderjarige] samen. [minderjarige] woont bij de moeder, maar hij verblijft ook veel bij de oma. De oma zorgt voor [minderjarige] in de periodes dat het minder goed gaat met de moeder. Dat is heel mooi voor [minderjarige]. [minderjarige] is een bijzonder jongetje dat hulp nodig heeft. MetMaya zal onderzoek doen en kijken of [minderjarige] naar speciaal onderwijs kan en welke hulpverlening hij daarnaast nog nodig heeft. De bedoeling van de moeder en de oma is om samen voor [minderjarige] te blijven zorgen en dat de oma net als de moeder belangrijke zaken, zoals school, hulpverlening en medische zaken, voor [minderjarige] kan regelen. Bij deze situatie past het en is het in het belang van [minderjarige] dat de oma samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] wordt belast.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. R.M. Maliepaard, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. Ö. Duran, griffier, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt. Dit proces-verbaal is verzonden op 9 juli 2026.
| Tegen deze beslissing kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroepworden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/609191 / FO RK 26-395
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tijdens de zitting van 30 juni 2026
in de zaak van:
[moeder],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de moeder,
en
[oma],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de oma,
voor hen samen: advocaat mr. H. Ben Touhami.
1 De procedure
Het verzoek gaat over het minderjarige kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats]. [minderjarige] woont bij de moeder. De biologische vader heeft [minderjarige] niet erkend. De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige].
De moeder en de oma (van moederszijde) verzoeken te bepalen dat de oma samen met de moeder wordt belast met het gezag over [minderjarige].
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder en de oma met hun advocaat en mevrouw [geboorteplaats] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige] niet gevraagd wat hij van het verzoek vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden waarop deze is gebaseerd zijn hieronder weergegeven.
2 De beslissing
De rechtbank:
belast de oma samen met de moeder met het gezag over [minderjarige];
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
3 De gronden van de beslissing
Het wettelijk kader
Uit artikel 1:253t lid 1 BW volgt dat de rechtbank, als het gezag over een kind bij één ouder berust, op een gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind kan belasten. Als een kind ook in een familierechtelijke betrekking staat tot een ander dan de ouder gelden aanvullende voorwaarden (lid 2). Ten slotte wordt een dergelijk verzoek afgewezen als, ook in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij toewijzing van het verzoek de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat aan voornoemde wettelijke vereisten wordt voldaan en de oma samen met de moeder kan worden belast met het gezag over [minderjarige]. De rechtbank legt dat hierna uit.
Er is geen familierechtelijke betrekking tussen de biologische vader en [minderjarige], omdat de vader [minderjarige] niet heeft erkend en ook geen gezag over hem heeft. Ook heeft de vader geen contact met [minderjarige] of de moeder en is de vader niet betrokken in het leven van [minderjarige]. De oma heeft verteld dat zij wel op eigen initiatief de vader informeert over [minderjarige] en dat zij foto’s van [minderjarige] naar hem stuurt. Gelet op deze feiten hoeft het verzoek niet te worden getoetst aan de voorwaarden uit lid 2.
Bij de rechtbank bestaat er geen vrees dat bij toewijzing van het verzoek de belangen van [minderjarige] zouden worden verwaarloosd, zoals in lid 3 wordt genoemd. Het is juist in het belang van [minderjarige] dat de oma samen met de moeder wordt belast met het gezag over hem. De oma staat in familierechtelijke betrekking tot [minderjarige]. De moeder en de oma dragen de verzorging en opvoeding van [minderjarige] samen. [minderjarige] woont bij de moeder, maar hij verblijft ook veel bij de oma. De oma zorgt voor [minderjarige] in de periodes dat het minder goed gaat met de moeder. Dat is heel mooi voor [minderjarige]. [minderjarige] is een bijzonder jongetje dat hulp nodig heeft. MetMaya zal onderzoek doen en kijken of [minderjarige] naar speciaal onderwijs kan en welke hulpverlening hij daarnaast nog nodig heeft. De bedoeling van de moeder en de oma is om samen voor [minderjarige] te blijven zorgen en dat de oma net als de moeder belangrijke zaken, zoals school, hulpverlening en medische zaken, voor [minderjarige] kan regelen. Bij deze situatie past het en is het in het belang van [minderjarige] dat de oma samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] wordt belast.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. R.M. Maliepaard, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. Ö. Duran, griffier, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt. Dit proces-verbaal is verzonden op 9 juli 2026.
| Tegen deze beslissing kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroepworden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.