Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 15 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4791Zaaknummer 11912207 \ LC EXPL 25-2030
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 15 juli 2026
- Publicatiedatum
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- 11912207 \ LC EXPL 25-2030
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Consumentenzaak, online veiling, kostenbeding bij niet-nakoming door consument wordt onredelijk bezwarend bevonden, afwijzing vordering.
3 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering van Automotive Auctions af;
veroordeelt Automotive Auctions tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], welke aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
13702
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11912207 \ LC EXPL 25-2030
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AUTOMOTIVE AUCTIONS B.V.,
kantoorhoudende in Boxmeer,
eisende partij,
hierna te noemen: Automotive Auctions,
gemachtigde: Smits Legal Bedrijfsjuristen,
tegen
[gedaagde],
wonend [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 De procedure
Op 8 april 2026 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen.
Automotive Auctions heeft vervolgens een akte genomen.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren, maar van die gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
De kantonrechter verwijst naar en neemt over naar wat hij heeft geschreven in het tussenvonnis van 8 april 2026.
De kantonrechter zal om proceseconomische redenen eerst ingaan op het veilingkostenbeding. Automotive Auctions betoogt in haar akte dat het beding niet onredelijk bezwarend is. Zij voert onder andere aan dat:
- het beding ertoe strekt de kosten te vergoeden die zij maakt voor het organiseren en uitvoeren van de veiling;
- de kosten een breed scala aan diensten omvatten;
- het percentage in verhouding staat tot de uitgevoerde werkzaamheden;
- het een gebruikelijk beding is en dat het percentage marktconform is;
- het beding kenbaar was voor [gedaagde] voordat hij deelnam aan de veiling.
Artikel 6:233, aanhef en onder a BW bepaalt dat een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar is indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Artikel 6:233 aanhef en sub a BW moet richtlijnconform worden uitgelegd. Indien de wederpartij van de gebruiker een consument is, valt de vraag of een beding onredelijk bezwarend is, grotendeels samen met de vraag of het beding oneerlijk is in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn). Volgens artikel 3 van de Richtlijn wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.
Om een aanzienlijke verstoring van het evenwicht in de zin van artikel 3 aan te kunnen nemen is van belang
- of het beding wijzigingen brengt in wat zonder dat beding tussen partijen zou gelden volgens de toepasselijke nationale regels, en
- of het beding de consument juridisch in een zodanig minder gunstige positie plaatst dat om die reden kan worden gesproken van aan aanzienlijke verstoring van het evenwicht.
Bij de beoordeling van de vraag of de verstoring ook in strijd is met de goede trouw, is van belang of Automotive Auctions er redelijkerwijs van kon uitgaan dat [gedaagde] het betrokken beding zou aanvaarden als daarover op een eerlijke en billijke manier afzonderlijk was onderhandeld.
De kantonrechter moet de vraag of het beding onredelijk bezwarend is ‘ex tunc’ beoordelen: dat wil zeggen naar het moment waarop de koopovereenkomst werd gesloten en los van hetgeen zich nadien heeft afgespeeld. Bij die beoordeling moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst in aanmerking worden genomen, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft (artikel 4 lid 1 van de Richtlijn).
Bij de Richtlijn is een indicatieve lijst (de zogenaamde “blauwe lijst”) gevoegd. Daarin staat dat als oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn kan worden aangemerkt “bedingen die tot doel of tot gevolg hebben de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen”.
Het beding wat ter beoordeling voorligt bepaalt dat de bieder bij niet-nakoming van zijn verplichtingen tot betaling en afname een vast bedrag aan veilingkosten is verschuldigd van 12,5% exclusief BTW van het bod. Automotive Auctions heeft hiermee kennelijk (een deel van) de verschuldigde schadevergoeding willen fixeren. Zij heeft zich, zo volgt uit het beding, het recht voorbehouden om ook aanvullende schadevergoeding te kunnen vorderen. Naast de veilingvoorwaarden zijn er nog andere algemene voorwaarden van toepassing. In artikel 25 lid 2 van die voorwaarden staat: “Als vanwege een niet-tijdige afname de Zaak door AA of bij een derde staat opgeslagen, dient Koper de daarmee gepaard gaande kosten aan AA te vergoeden onverminderd enig ander recht van AA.” Dit beding regelt specifiek de vergoeding van gemaakte opslagkosten. Die kosten zijn niet toegelicht of gemaximeerd.
Zonder het beding zou Automotive Auctions voor wat betreft de veilingkosten op grond van de wet alleen een vergoeding voor de werkelijk gemaakte veilingkosten kunnen vorderen. Het beding relateert de verschuldigde vergoeding aan de hand van het geboden bedrag. Over de hoogte van de gemaakte veilingkosten heeft Automotive Auctions niets gesteld. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – is niet te volgen dat de kosten van Automotive Auctions afhankelijk zijn van het geboden bedrag en waarom er nog BTW over de kosten betaald moet worden.
De conclusie is dat Automotive Auctions onvoldoende heeft gesteld onderbouwd dat de bedongen vergoeding zowel in dit specifieke geval als in algemene zin een redelijke vergoeding vormt voor de door haar geleden schade. Het beding verstoort het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voorvloeiende rechten en verplichtingen van partijen aanzienlijk ten nadele van de consument in strijd met de goede trouw.
Geoordeeld wordt dat het veilingkostenbeding een onredelijk bezwarend beding betreft in de zin van artikel 6:233 aanhef en onder a BW. Dat betekent dat het beroep van [gedaagde] op genoemd artikel slaagt en dat beding vernietigbaar is. Een en ander maakt dat de grondslag voor de vordering van Automotive Auctions is komen te vervallen. Dit leidt tot een afwijzing van de vordering.
Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer.
Automotive Auctions wordt veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
3 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering van Automotive Auctions af;
veroordeelt Automotive Auctions tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], welke aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
13702
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.