Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4734Zaaknummer UTR 25/3875
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/3875
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting ten onrechte opgelegd. Gelet op de omstandigheden van het geval is de rechtbank van oordeel dat eiser niet in redelijkheid had kunnen weten dat hij voor de verkeerde zone parkeerbelasting heeft betaald.
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- herroept de naheffingsaanslag;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026.
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3875
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Woerden, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: J.J. van der Tuuk)
Inleiding
In deze zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 mei 2025 (de bestreden uitspraak), waarbij de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting van 11 april 2025 voor een bedrag van
€ 69,34 is gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 april 2026. Eiser en de gemachtigde van heffingsambtenaar, vergezeld door R. Delhez, hebben deelgenomen aan de zitting.
Feiten
2. Op 4 april 2025 om 10:40 uur heeft een scanauto vastgesteld dat de auto van eiser met kenteken [kenteken] geparkeerd stond op de [straat] ter hoogte van nummer [nummer] in Woerden. Deze straat ligt in de zone 4403 waarvoor betaald parkeren geldt voor een tarief van € 5,90 per uur, eiser heeft betaald bij een parkeerautomaat voor de zone 4400 waar een tarief geldt van € 0,30 per zes minuten. Dat betekent dat eiser te weinig parkeerbelasting heeft betaald. Daarom is aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 69,34.
Beoordeling door de rechtbank
Eiser voert aan parkeerbelasting te hebben betaald bij de dichtstbijzijnde parkeerautomaat. Ter zitting heeft eiser zijn beroepsgrond zo uitgelegd dat hij na het parkeren van zijn auto in de richting van zijn bestemming liep, het centrum van Woerden, om onderweg ook op zoek te gaan naar een parkeerautomaat om parkeerbelasting te betalen. Omdat eiser onderweg geen parkeerautomaat is tegengekomen, heeft hij een bewoner aangesproken om te vragen waar hij de dichtstbijzijnde parkeerautomaat kon vinden. De bewoner wees eiser erop dat de scanauto zojuist langsreed. Daarop is eiser teruggelopen richting zijn auto en heeft de bestuurder van de scanauto aangesproken om te vragen waar hij parkeerbelasting kon betalen. De bestuurder van de scanauto wees eiser op de parkeerautomaat op de Nieuwstraat. Eiser heeft vervolgens parkeerbelasting voldaan bij de parkeerautomaat op de Nieuwstraat. Om zijn standpunt te onderbouwen heeft eiser een betalingsbewijs overgelegd. Eiser heeft ook een foto van een verkeersbord overgelegd waarop een peil staat in de richting van de dichtstbijzijnde parkeerautomaat met daaronder de aangegeven zone 4400.
De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd omdat eiser voor de verkeerde zone, en als gevolg daarvan te weinig, parkeerbelasting heeft betaald. Volgens de heffingsambtenaar kon eiser op basis van de bebording weten dat hij voor de verkeerde zone had betaald. De heffingsambtenaar heeft meerdere foto’s van de bebording in de omgeving van de desbetreffende parkeerplaats in Woerden overgelegd waaruit moet blijken dat de bebording ter plaatse voldoende duidelijk was.
De rechtbank stelt ten eerste vast dat eiser, hoewel voor de verkeerde zone, wel parkeerbelasting heeft betaald. Dat is ook niet in geschil. De vraag die hier voorligt, is of de zonering en de vindplaats van de bijbehorende parkeerautomaten ter plaatse voldoende duidelijk was zodat eiser kon weten dat de parkeerautomaat op de Nieuwstraat, waar hij heeft betaald, zich in een andere zone bevond dan waar zijn auto geparkeerd stond.
De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan eiser is opgelegd. Om tot dat oordeel te komen neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Ter zitting heeft de rechtbank samen met partijen middels Google Streetview de omgeving van de [straat] waar eiser geparkeerd heeft, bekeken. De parkeerplaats bevindt zich aan het einde van een doodlopende weg, de [straat]. Om de dichtstbijzijnde parkeerautomaat te bereiken had eiser via een trappetje over het talud naar de dijk moeten lopen. Op de dijk staat bebording met peilen richting de parkeerautomaat voor zone 4400. Bij de parkeerplaats staat bebording met peilen richting het talud met een verwijzing naar zone 4400. Wanneer een parkeerder de [straat] uitloopt richting het centrum van Woerden, zoals eiser heeft gedaan, kom je uit bij een kruispunt met een klein straatje dat leidt naar de Torenwal. De Torenwal gaat na een paar meter over in de Nieuwstraat, waar zich aan het begin de parkeerautomaat bevindt waar eiser heeft betaald. Middels Google Streetview is ook te zien, en dat heeft de heffingsambtenaar ter zitting ook bevestigd, dat de zonering en de bijbehorende bebording in de desbetreffende omgeving in Woerden tussen 2018 en nu meermaals zijn aangepast. Zo zijn de zonenummers aangepast en worden sommige zones zowel met een nummer als met een letter aangeduid op parkeerautomaten. Dat kan naar het oordeel van de rechtbank voor onduidelijkheid zorgen. Omdat de volgens de heffingsambtenaar juiste parkeerautomaat zich, uit het zicht en verder verwijderd van het centrum van Woerden, bevindt, kan de rechtbank begrijpen dat eiser intuïtief richting het centrum is gelopen op zoek naar een parkeerautomaat. Daarbij komt dat de bestuurder van de scanauto eiser heeft gewezen naar de parkeerautomaat op de Nieuwstaat. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank dan ook van oordeel dat eiser niet in redelijkheid had kunnen weten dat hij voor de verkeerde zone parkeerbelasting heeft betaald. De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is gegrond. De heffingsambtenaar moet daarom het door eiser betaalde griffierecht vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- herroept de naheffingsaanslag;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026.
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.