Uitspraak · Omgevingsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 24 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4576Zaaknummer UTR 26/6105
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Publicatiedatum
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/6105
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak voorlopige voorziening i.v.m. de toestemming voor een noodkap. Verzoekers hebben geen tegenrapport overgelegd waaruit volgt dat de gevaarzetting ook met drastische snoei voorkomen kan worden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026 door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/6105
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juni 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
Bewonersvereniging [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. M.L. Heslenfeld),
en
de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, de burgemeester
(gemachtigde: mr. W. van der Wel).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Warande uit [plaats].
Partijen worden hierna verzoekster, de burgemeester en de stichting genoemd.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster dat is gericht tegen toestemming voor een noodkap.
2. Met het besluit van 22 juni 2026 heeft de burgemeester aan de stichting toestemming gegeven voor de noodkap van een winterlinde aan de [adres] in [plaats].
3. Verzoekster bestaat uit omwonenden die het niet eens zijn met de (nood)kap van de winterlinde. Zij hebben hiertegen bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De stichting heeft aan de griffier van de rechtbank laten weten dat zij de boom zo snel mogelijk wil kappen om te voorkomen dat de boom schade of ongelukken veroorzaakt.
4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek vervolgens zo spoedig mogelijk op 24 juni 2026 behandeld via Teams. Namens verzoekster was [A] (voorzitter) aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [B] (beleidsadviseur natuur en landschap). Namens derde-partij zijn [C] (directeur zorg) en [D] (beheerder) aanwezig geweest.
5. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
7. De toestemming voor de noodkap van 22 juni 2026 is gebaseerd op artikel 5 van de ‘Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022’ (hierna: de bomenverordening). Daaruit volgt dat de burgemeester toestemming kan geven voor het direct vellen indien sprake is van een urgent en groot gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.
8. Uit de toestemming voor de noodkap volgt dat bomendeskundige [deskundige] de boom aan een visuele inspectie heeft onderworpen. Daarbij heeft hij vastgesteld dat de boom ernstige wortelschade heeft als gevolg van een storm op vrijdagvond 19 juni. De boom is toen omgeduwd of opgetild en richting het pand van de stichting gaan hellen. Deze schade is zichtbaar aan de opgetilde tegels onder de boom waarbij ook de bemoste voegen zijn vrij gekomen. Volgens [deskundige] is er een groot risico op ontworteling of wortelbreuk waardoor de boom een directe bedreiging vormt. Gelet hierop is een reguliere kapaanvraag door het tijdsverloop dat daarmee gepaard gaat niet verantwoord en is de noodkap aangevraagd en vervolgens verleend.
9. Verzoekster stelt dat de noodkap overhaast is en dat het de vraag is of de diagnose goed is vastgesteld. Volgens verzoekster is een visueel onderzoek hiervoor niet voldoende en is meer onderzoek nodig. Verzoekster wijst er bovendien op dat het ook met het drastisch snoeien van de kroon van de boom mogelijk is om het urgent en groot gevaar weg te nemen.
10. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester in beginsel het oordeel van de door hem ingeschakelde deskundige mag volgen, tenzij er goede redenen zijn om aan het oordeel van de deskundige te twijfelen. Daarvoor is in beginsel het oordeel van een andere deskundige of een tegenrapport nodig. In deze zaak heeft verzoekster alleen mondeling toegelicht dat het onderzoek niet zorgvuldig is en dat er ook alternatieve oplossingen zijn. Dat is niet voldoende om aan het oordeel van [deskundige] te twijfelen. De burgemeester mocht de toestemming voor de noodkap daarom baseren op het oordeel van bomendeskundige [deskundige]. Dit betekent dat het besluit tot toestemming van de noodkap in stand blijft. De stichting mag de boom daarom kappen.
11. De voorzieningenrechter overweegt ten overvloede dat het aan de stichting is om te beoordelen of het gevaar ook kan worden weggenomen met het drastisch snoeien van de kroon van de boom. Artikel 5 van de bomenverordening geeft toestemming tot direct vellen. Uit de definitiebepaling van de bomenverordening volgt dat onder vellen ook moet worden verstaan het snoeien van meer dan 20 procent van de levende kroon of het wortelgestel. De aan de stichting verleende toestemming voor noodkap laat dus ruimte om naast het direct vellen van de boom, te kiezen voor drastisch snoeien om daarmee de gevaarzetting weg te nemen. Het staat partijen vrij om hierover onderling te overleggen.
Conclusie en gevolgen
12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de aan de stichting verleende toestemming voor noodkap in stand blijft en dat de stichting de boom mag kappen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
13. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026 door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.