Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 8 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4513Zaaknummer 12103051 \ LC EXPL 26-287
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Publicatiedatum
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- 12103051 \ LC EXPL 26-287
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Koop auto. Non-conform? Bout distributiesysteem breekt 9 maanden na de koop af waardoor motorschade ontstaat.
4 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
rw1368
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12103051 \ LC EXPL 26-287
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
1. [gedaagde sub 1] [plaats 2], (mede) handelend onder de namen [handelsnaam 1] [plaats 2], [handelsnaam 2], [handelsnaam 3],
in [plaats 2],
en haar vennoten:2. [gedaagde sub 2]
en3. [gedaagde sub 3],
beiden in [plaats 2],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1],
procederend in persoon bij de vennoten.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek.
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
2 De kern van de zaak
[eiser] kocht in januari 2025 een Ford Fiësta. Volgens [eiser] kocht hij die van [gedaagde sub 1], volgens [gedaagde sub 1] kocht [eiser] die feitelijk van de schoondochter van de vennoten. [eiser] betaalde voor de Ford € 4.500,-, inclusief de inruil van zijn oude auto (een Suzuki Swift). In oktober 2025 ontstond er motorschade doordat (zo begrijpt de kantonrechter) een bout van het distributiesysteem knapte. Volgens [eiser] moet de bout al gebrekkig zijn geweest bij de aflevering. [eiser] wil dat de kantonrechter de koopovereenkomst ontbindt en dat [gedaagde sub 1] de koopprijs terugbetaalt. Ook wil [eiser] dat [gedaagde sub 1] de waarde van de ingeruilde Suzuki Swift aan hem vergoedt, althans (als de Suzuki Swift niet kan worden teruggegeven) een schadevergoeding. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af.
3 De beoordeling
Van wie [eiser] de Ford kocht, hoeft de kantonrechter niet te beoordelen
De kantonrechter hoeft niet te beoordelen van wie [eiser] de Ford kocht, omdat de vorderingen van [eiser] op een andere grond worden afgewezen (zie hierna).
De Ford is niet non-conform
[eiser] beroept zich vooral op het bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW. Ervan uitgaande dat de koop als consumentenkoop is te beschouwen, is daarin bepaald dat vermoedt wordt dat een gebrek al bij aflevering aanwezig was wanneer dat gebrek zich voordoet binnen een jaar na aflevering. Maar de vraag of iets een gebrek is, is afhankelijk van wat [eiser] bij de koop kon verwachten. Het kan zijn dat [gedaagde sub 1] heeft gezegd dat de Ford een ‘zo goed als nieuwe tweedehands auto’ was, maar een dergelijke aanbeveling in algemene zin zegt niets. [gedaagde sub 1] heeft bij de aflevering geen specifieke garantie gegeven. Wel heeft [gedaagde sub 1] vlak voor de aflevering werkzaamheden uitgevoerd aan het distributiesysteem (de distributieriem is vernieuwd), maar daarbij is kennelijk de afgeknapte bout niet vervangen. De Ford had ten tijde van de koop ruim 220.000 kilometer gereden[_3cb7f87b-3078-4075-bb3e-1045a610741f] en was bijna 12 jaar oud[_108b2e13-8013-4a4a-af85-bc52e651fb64]. Bij een dergelijke kilometerstand en leeftijd had [eiser] kunnen verwachten dat onderdelen kapot kunnen gaan. Die verwachting geldt ook voor een afgebroken bout, zelfs al had deze blijkbaar ernstige motorschade tot gevolg. De kantonrechter kan op basis van wat [eiser] heeft aangevoerd niet de conclusie trekken dat de bout bij de aflevering al gebrekkig was. Dat geldt temeer omdat [eiser] na de aflevering nog circa 9 maanden (kennelijk probleemloos) met de Ford heeft gereden.
Dat de Ford non-conform was bij de aflevering, is op grond van het bovenstaande niet vast komen te staan. Omdat [eiser] zijn vorderingen erop gebaseerd heeft dat dit wel zo is, moeten zijn vorderingen worden afgewezen.
De proceskosten
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat [gedaagde sub 1] in persoon procedeerde en haar conclusies mondeling op de rolzittingen heeft ingediend, wordt € 100,- aan verletkosten toegekend (2 zittingen x tarief € 50,-).
4 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
rw1368
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.