Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 28 januari 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:449Zaaknummer C/16/604765 / HL ZA 25-325

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
C/16/604765 / HL ZA 25-325
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. Geldlening.

De rechtbank

3.1.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 384.378,65, vermeerderd met de contractuele rente over een bedrag van € 356.571,00, met ingang van 12 december 2025, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 10.244,09,

3.3.

veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 28 januari 2026.[_dd33a185-9799-4b0c-a2bd-2129b27e2e65]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/604765 / HL ZA 25-325

Vonnis van 28 januari 2026

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. M.L.A. van Hurne te 's-Hertogenbosch,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding,
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eiseres vordert om gedaagde te veroordelen tot betaling van in totaal € 356.571,00 aan schadevergoeding en primair de contractuele rente van € 27.807,65, dan wel subsidiair de wettelijke handelsrente van € 15.825,89 (berekend tot en met 11 december 2025), te vermeerderen met de verdere rente en overige kosten, zoals de beslagkosten van € 4.992,64 en de proceskosten.

2.2.

Gedaagde is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet in de procedure verschenen en zij heeft dus geen verweer gevoerd.

2.3.

Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. De primair gevorderde contractuele rente zal worden toegewezen, nu gedaagde zich hiertegen niet heeft verzet.

2.4.

Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op

- dagvaarding € 145,45

- beslagkosten 4.992,64

- griffierecht 2.392,00

- salaris advocaat 2.714,00

Totaal € 10.244,09

De nakosten zullen worden toegewezen, op de hierna te vermelden wijze.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 384.378,65, vermeerderd met de contractuele rente over een bedrag van € 356.571,00, met ingang van 12 december 2025, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 10.244,09,

3.3.

veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 28 januari 2026.[_dd33a185-9799-4b0c-a2bd-2129b27e2e65]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.