Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4457Zaaknummer C/16/613085 / FV RK 26-1534
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- C/16/613085 / FV RK 26-1534
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
VCM toegewezen. Verweer vanuit betrokkene tegen bijstand advocaat verworpen, want niet wilsbekwaam. Verweer vormen verplichte zorg slaagt, want noodzaak ontbreekt.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], wat inhoudt dat de bij 4.6. genoemde maatregelen mogen worden toegepast,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juli 2026,
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. M.E. Heinemann, rechter, in aanwezigheid van R. Staal als griffier, en is op schrift gesteld op 24 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/613085 / FV RK 26-1534
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats],
hierna: [betrokkene],
wonend in [woonplaats],
verblijvend bij [zorginstelling], locatie [locatie] in [plaats],
advocaat: mr. E.A.C. Sandberg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 15 juni 2026 ontvangen.
De zitting vond plaats op 18 juni 2026. Aanwezig waren:
- [betrokkene], bijgestaan door haar advocaat;
- [A.], arts;
- [B.], verpleegkundige.
2 Crisismaatregel
[betrokkene] verblijft met een crisismaatregel in het [locatie]. De burgemeester van [plaats] heeft die maatregel op 14 juni 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4 De beoordeling
Voorafgaand aan de zitting vertelde [betrokkene], die het overigens nodig vond telkens in het Engels te antwoorden op in het Nederlands gestelde vragen, dat zij niet wil dat mr. Sandberg haar vertegenwoordigt. Mr. Sandberg meent dat zij op dit moment niet in staat is een weloverwogen keuze te maken en dat zij de gevolgen van haar keuzes niet kan overzien als gevolg van haar psychische stoornis. De behandelend rechter deelde dit standpunt en besloot dat de zitting werd voortgezet met mr. Sandberg als raadsman van [betrokkene].
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en overweegt daartoe als volgt.
Uit de processtukken en dat wat op zitting is gezegd, blijkt dat er ten aanzien van [betrokkene] sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Dat nadeel is in elk geval gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing.
[betrokkene] heeft een woning, die vervuild is. Zij leidde wekenlang een zwervend bestaan. Volgens de medische verklaring heeft zij tijdens een eerdere ontregeling haar zus van de trap geduwd. De rechtbank heeft geen aanleiding aan de juistheid van deze stelling te twijfelen, maar het gaat om de thans optredende nadelen.
Vermoed wordt dat deze nadelen worden veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. [betrokkene] heeft een bipolaire I stoornis en is op dit moment psychotisch. Duidelijk is dat zij zorg nodig heeft, waartegen zij zich verzet.
De crisissituatie is zo ernstig dat de uitkomst van een procedure voor het verlenen van een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op [betrokkene];
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat [betrokkene] iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De overige gevraagde vormen van dwangzorg zal de rechtbank afwijzen, omdat niet gebleken is dat die nodig zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], wat inhoudt dat de bij 4.6. genoemde maatregelen mogen worden toegepast,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juli 2026,
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. M.E. Heinemann, rechter, in aanwezigheid van R. Staal als griffier, en is op schrift gesteld op 24 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.