Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:4456Zaaknummer C/16/612927 / FV RK 26-1506

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/16/612927 / FV RK 26-1506
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM afgewezen ondanks verzet tegen medicatie. Er is sprake van wilsbekwaamverzet en de rechtbank honoreert dat. Betrokkene overziet de gevolgen van het niet innemen van de medicatie en kan dit goed onderbouwen. De ZM is disproportioneel

4 De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. M.E. Heinemann, rechter, in aanwezigheid van de griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026. de griffier is niet in staat deze beschikking te ondertekenen

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/612927 / FV RK 26-1506

Datum uitspraak: 18 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1961 in [geboorteplaats],

hierna: [betrokkene],

wonend in [woonplaats],

verblijvend bij [verblijfplaats], locatie [locatie] in [plaats],

advocaat: mr. V.C.Th. van ‘t Westende Meeder.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 10 juni 2026 ontvangen.

1.2.

De zitting vond plaats op 18 juni 2026. Aanwezig waren:

- [betrokkene], bijgestaan door haar advocaat;

  • [A], arts.
  • [B], coassistent.

2 Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van een half jaar.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank zal het verzoek afwijzen en overweegt daartoe als volgt.

3.2.

In de medische verklaring staat dat [betrokkene] een bipolaire stoornis heeft en ten tijde van de beoordeling manisch was. Die manische ontregeling is mogelijk het gevolg van de chemotherapie die zij in verband met borstkanker heeft ondergaan.

3.3.

Volgens [A] is er geen overeenstemming over de medicamenteuze behandeling. [betrokkene] krijgt de medicatie onder dwang. Op dit moment is zij niet manisch, aldus [A]. Zij zal binnen afzienbare termijn met ontslag gaan. Zij zal ook ambulant antipsychotica moeten blijven gebruiken. Ook daarom is een zorgmachtiging nodig, aldus nog steeds [A].

3.4.

Volgens [betrokkene], die als [functie] heeft gewerkt, bevindt zich zij thans in een palliatieve fase. Volgens haar heeft de oncoloog gezegd dat antipsychotica een negatieve invloed hebben op haar borstkanker; die groei van kwaadaardig weefsel is daardoor weer toegenomen. Daarom wil zij geen antipsychotica. Zij zegt nog liever met een psychose dood te gaan dan aan kanker.

3.5.

Volgens mr. Van ’t Westende Meeder is haar cliënte in de laatste fase van haar leven gekomen. Zij doet niemand kwaad, ook niet als ze manisch is. Zij vraagt zich af waarom haar cliënte nu nog met een zorgmachtiging lastiggevallen moet worden. Het ambulante team en de oncoloog kunnen bovendien een vinger aan de pols houden en een achteruitgang waarnemen. Als het dan echt niet blijkt te gaan, is dwangzorg mogelijk een optie.

3.6.

Niet in geschil is dat [betrokkene] een bipolaire stoornis heeft. Evenmin is betwist dat zij (niet voor het eerst) manisch-psychotisch ontregeld is geweest. Deze ontregeling brengt ernstige nadelen mee, die bestaan uit psychische schade bij haar zelf, verwaarlozing en teloorgang. In het zorgplan staat dat [betrokkene] niet agressief is.In de medische verklaring worden ook andere nadelen genoemd, namelijk dat zij door haar gedrag agressie kan oproepen en dat zij met de politie in aanraking is gekomen. In welk opzicht zij agressie kan oproepen, is niet nader toegelicht. Uit de politiemutaties blijkt dat het “in aanraking komen” met de politie – zoals [betrokkene] zelf ook zegt – niets meer is dan een melding van [betrokkene] dat zij het slachtoffer van fraude is geworden. Het komt de rechtbank voor dat de medische verklaring de zaken wat groter maakt dan zij in werkelijkheid zijn.Kort en goed, de nadelen die voortvloeien uit [betrokkene] aandoening hebben met haar te maken en richten zich niet tot derden.

3.7.

De rechtbank begrijpt [betrokkene] verweer aldus, dat zij een beroep doet op leerstuk van het wilsbekwame verzet. Het blijkt dat zij een weloverwogen afweging maakt tussen enerzijds het niet innemen van de medicatie wat tot een manisch-psychotische ontregeling kan leiden en anderzijds wel innemen ervan met de nadelige gevolgen van dien op haar mammacarcinoom. In dat verband is de rechtbank van oordeel dat deze gestelde nadelige gevolgen niet door [A] zijn weersproken. Aangezien de nadelen die voortvloeien uit [betrokkene] (mogelijke) ontregeling alleen op haarzelf betrekking hebben en zij derden geen kwaad doet, zal de rechtbank dit beroep honoreren.

3.8.

Daar komt het volgende bij. Uit de processtukken en dat wat op zitting is gezegd, blijkt dat [betrokkene] niet lang meer te leven heeft. Het komt de rechtbank voor dat dwangzorg in deze fase van haar leven – mede gelet op de aard van de gestelde nadelen – een te vergaand middel is.

3.9.

Op grond van al het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

4 De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. M.E. Heinemann, rechter, in aanwezigheid van de griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026. de griffier is niet in staat deze beschikking te ondertekenen

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.