Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:4452Zaaknummer C/16/612616 / FV RK 26-1457

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/16/612616 / FV RK 26-1457
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verweer voorliggende stoornis. RB is van oordeel dat de Wzd het meest passend is en aansluit op de zorgbehoefte van betrokkene. Hij is immers binnen de Wvggz uitbehandeld.

De rechtbank:

4.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene],

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. M.E. Heinemann, rechter, in aanwezigheid van R. Staal als griffier, en is op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/612616 / FV RK 26-1457

Datum uitspraak: 18 juni 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1982 op [Land],

hierna te noemen: [betrokkene],

wonend en verblijvend bij [zorginstelling] in [plaats],

advocaat: mr. M.H. de Lange.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 5 juni 2026 ontvangen.

1.2.

De zitting vond plaats op 18 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

- [betrokkene], bijgestaan door zijn advocaat;

  • [A.], coördinerend begeleider;
  • [B.], gedragsdeskundige.

De mentor van [betrokkene] heeft zich afgemeld voor de zitting.

2 Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank zal het verzoek toewijzen en overweegt daartoe als volgt.

3.2.

In eerste instantie dachten de behandelaren dat [betrokkene] leed aan schizofrenie en ook een verstandelijke beperking had. Nu denkt men dat [betrokkene] een verstandelijke beperking heeft en psychotisch kan ontregelen als gevolg van overvraging. Tijdens de zitting heeft [B.] toegelicht dat die overvraging leidt tot impulsdoorbraken, die zich kunnen uiten als psychotische ontregelingen. De rechtbank begrijpt dat men is teruggekomen op de diagnose schizofrenie. Zij heeft geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de thans gestelde diagnoses.

3.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze verstandelijke beperking leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

3.4.

Mr. De Lange stelt zich op het standpunt dat sprake is van multiproblematiek, waarbij de psychische stoornis ‘op de voorgrond’ staat. Daarom moet het verzoek volgens haar worden afgewezen. De rechtbank begrijpt dat zij zich op het standpunt stelt dat de Wet verplichte geestelijke gezondheidzorg (Wvggz) toepasselijk is.Hoewel vraagtekens gezet kunnen worden bij die voorliggende stoornis, blijkt uit de toelichting van [B.] naar het oordeel van de rechtbank wel dat [betrokkene] zorgbehoefte het meest aansluit bij de zorg die men bij [zorginstelling] onder de paraplu van de Wzd biedt. Dit oordeel leidt ertoe dat de rechtbank het verweer passeert dat de Wvggz van toepassing is.

3.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. [betrokkene] verzet zich hiertegen.

3.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene],

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. M.E. Heinemann, rechter, in aanwezigheid van R. Staal als griffier, en is op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.