Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 16 juli 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:4414Zaaknummer UTR 25/5836

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/5836
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. Leges vastgesteld conform legesverordening. Beroep ongegrond.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres krijgt geen gelijk. Dit betekent dat de heffingsambtenaar terecht leges ter hoogte van € 10.186,20 van eiseres heeft geheven. De rechtbank zal toelichten hoe zij tot die conclusie is gekomen.

3.1.

Leges worden geheven door de gemeente in verband met vergunningaanvragen of andere gemeentelijke diensten. Ten tijde van het opleggen van de aanslag was de ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges Gemeente Zeist 2025’ (de legesverordening) van toepassing. In deze verordening heeft de gemeenteraad – kort gezegd – vastgesteld voor welke diensten van de gemeente leges worden geheven en de tarieven voor die leges.

3.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend. Verder staat vast dat het college de omgevingsvergunning in behandeling heeft genomen en heeft verleend. Het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning is zo’n dienst waarvoor leges worden geheven.[_f67ab143-2e61-4a33-94d6-c5c03bbd1786] Dit betekent dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan en dat de heffingsambtenaar dus bevoegd was hiervoor leges te heffen van eiseres. Eiseres is dus leges verschuldigd.

4. Eiseres heeft aangevoerd dat de bouwkosten van € 126.225,-, zoals de gemeente heeft vastgesteld, zijn gebaseerd op onjuiste aannames. Eiseres heeft de verbouwing grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. De daadwerkelijke bouwkosten waren € 65.000,-. Ook is een onjuist percentage toegepast bij de berekening van de leges.

4.1.

De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De gemeente heeft de bouwkosten conform de legesverordening aan de hand van de ROEB[_785d84b8-fda2-4de7-95d8-d90ce6a9af59]-lijst vastgesteld op € 126.225,-. Dit is in de ontvangstbevestiging van de aanvraag aan eiseres meegedeeld. Daarbij is aangegeven dat zij een bouwkostenbegroting[_04556f8e-3bd7-4eb1-8447-ec6f30dc73a5] kan overleggen, als zij het niet eens is met het door het college vastgestelde bedrag aan bouwkosten. Dat heeft eiseres niet gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar dan ook terecht de leges gebaseerd op bouwkosten van € 126.225,-. Verder stelt de rechtbank vast dat, anders dan eiseres meent, de heffingsambtenaar daarbij niet heeft gerekend met een bepaald percentage.

5. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar het juiste bedrag aan leges in rekening heeft gebracht.

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

7. De heffingsambtenaar is gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026 door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Inleiding
  3. Beslissing
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5836

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht

(gemachtigde: P.E. Boersma).

Inleiding

1. Eiseres heeft op 27 april 2025 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen, uitbouwen en opbouwen van een woonwagen aan de [adres] in [plaats]. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist (het college) heeft deze omgevingsvergunning verleend.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft op 31 augustus 2025 aan eiseres een legesaanslag van € 10.186,20 opgelegd in verband met het in behandeling nemen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Eiseres heeft bezwaar gemaakt.

1.2.

Met de uitspraak op bezwaar van 5 oktober 2025 heeft de heffingsambtenaar de legesaanslag gehandhaafd. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eiseres was, zonder voorafgaand bericht, niet aanwezig.

1.4.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres krijgt geen gelijk. Dit betekent dat de heffingsambtenaar terecht leges ter hoogte van € 10.186,20 van eiseres heeft geheven. De rechtbank zal toelichten hoe zij tot die conclusie is gekomen.

3.1.

Leges worden geheven door de gemeente in verband met vergunningaanvragen of andere gemeentelijke diensten. Ten tijde van het opleggen van de aanslag was de ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges Gemeente Zeist 2025’ (de legesverordening) van toepassing. In deze verordening heeft de gemeenteraad – kort gezegd – vastgesteld voor welke diensten van de gemeente leges worden geheven en de tarieven voor die leges.

3.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend. Verder staat vast dat het college de omgevingsvergunning in behandeling heeft genomen en heeft verleend. Het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning is zo’n dienst waarvoor leges worden geheven.[_f67ab143-2e61-4a33-94d6-c5c03bbd1786] Dit betekent dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan en dat de heffingsambtenaar dus bevoegd was hiervoor leges te heffen van eiseres. Eiseres is dus leges verschuldigd.

4. Eiseres heeft aangevoerd dat de bouwkosten van € 126.225,-, zoals de gemeente heeft vastgesteld, zijn gebaseerd op onjuiste aannames. Eiseres heeft de verbouwing grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. De daadwerkelijke bouwkosten waren € 65.000,-. Ook is een onjuist percentage toegepast bij de berekening van de leges.

4.1.

De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De gemeente heeft de bouwkosten conform de legesverordening aan de hand van de ROEB[_785d84b8-fda2-4de7-95d8-d90ce6a9af59]-lijst vastgesteld op € 126.225,-. Dit is in de ontvangstbevestiging van de aanvraag aan eiseres meegedeeld. Daarbij is aangegeven dat zij een bouwkostenbegroting[_04556f8e-3bd7-4eb1-8447-ec6f30dc73a5] kan overleggen, als zij het niet eens is met het door het college vastgestelde bedrag aan bouwkosten. Dat heeft eiseres niet gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar dan ook terecht de leges gebaseerd op bouwkosten van € 126.225,-. Verder stelt de rechtbank vast dat, anders dan eiseres meent, de heffingsambtenaar daarbij niet heeft gerekend met een bepaald percentage.

5. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar het juiste bedrag aan leges in rekening heeft gebracht.

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

7. De heffingsambtenaar is gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026 door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.