Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 15 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4323Zaaknummer UTR 24/8074, UTR 24/8076, UTR 24/8077, UTR 24/8079 en UTR 24/8080
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 15 juli 2026
- Publicatiedatum
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 24/8074, UTR 24/8076, UTR 24/8077, UTR 24/8079 en UTR 24/8080
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Meerdere naheffingsaanslagen; standpunt verweerder in beroep gewijzigd; beroep gegrond.
De rechtbank:
- verklaart de beroepen in de zaken UTR 24/8074, UTR 24/8076 en UTR 24/8077 ongegrond;
- verklaart de beroepen in de zaken UTR 24/8079 en UTR 24/8080 gegrond en vernietigt de betreffende uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslagen met aanslagnummers [nummer] en [nummer];
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraken op bezwaar; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van A. Kasi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/8074, UTR 24/8076, UTR 24/8077, UTR 24/8079 en UTR 24/8080
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: D.J. Koopmans).
Procesverloop
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen een vijftal naheffingsaanslagen parkeerbelasting die aan hem zijn opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft op 23 oktober, 30 oktober en 13 november 2024 aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelasting (met aanslagnummers [nummer], [nummer], [nummer], [nummer] en [nummer]) opgelegd (elk) ter hoogte van € 81,70. Dit bedrag omvat € 5,- aan parkeerbelasting en € 76,70 aan naheffing.
Met de vijf uitspraken op bezwaar van 10 december 2024 (de bestreden uitspraken) heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraken beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.
De zaken zijn behandeld op de zitting van 7 april 2026. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eiser is niet verschenen.
Overwegingen
Feiten
2. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn opgelegd omdat is geconstateerd dat hij op 5 oktober 2024, 7 oktober 2024, 17 oktober 2024, 18 oktober 2024 en 26 oktober 2024 een auto heeft geparkeerd aan de Agaatlaan en Smaragdhof in Utrecht waar betaald parkeren van toepassing is, zonder dat op dat tijdstip de verschuldigde belasting was voldaan.
3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd. Dat doet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
Beoordeling van het geschil
Het geschil met betrekking tot de naheffingsaanslag van 18 oktober 2024 (UTR 24/8079) en 26 oktober 2024 (UTR 24/8080)
4. Op de zitting heeft verweerder aangegeven bereid te zijn de naheffingsaanslag met aanslagnummer [nummer] (UTR 24/8079) uit coulance te vernietigen.
5. Daarnaast heeft verweerder aangegeven de naheffingsaanslag met aanslagnummer [nummer] (UTR 24/8080) te vernietigen. De reden hiervoor is dat deze naheffingsaanslag op dezelfde dag is opgelegd als de ingangsdatum van de bewonersvergunning (26 oktober 2024).
6. Omdat verweerder op de zitting een gewijzigd standpunt heeft ingenomen, is het beroep gegrond. De uitspaken op bezwaar met betrekking tot deze naheffingsaanslagen worden vernietigd. Gelet op het voorgaande worden ook de naheffingsaanslagen parkeerbelasting vernietigd. Verweerder dient het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
7. Wat resteert, zijn de geschillen met betrekking tot de naheffingsaanslagen die zien op het belastbaar feit van 5 oktober 2024, 7 oktober 2024 en 17 oktober 2024.
Het geschil met betrekking tot de overige naheffingsaanslagen (UTR 24/8074, UTR 24/8076 en UTR 24/8077)
8. Eiser wijst erop dat hij al jaren beschikt over een bewonersvergunning, maar dat hij pas nadat er vijf naheffingsaanslagen parkeerbelastingen waren opgelegd, er achter kwam dat de automatische incasso bleek te zijn gestorneerd.
9. De rechtbank overweegt dat het de eigen verantwoordelijkheid van eiser is om ervoor te zorgen dat zijn parkeervergunning op de juiste wijze verlengd en betaald wordt. Indien hij dit niet doet, komt het voor zijn eigen rekening en risico dat hem een naheffingsaanslag wordt opgelegd als de parkeervergunning nog niet is verleend en er ook niet op andere wijze voor het parkeren is betaald. Daarbij komt dat verweerder heeft toegelicht dat aan eiser twee keer een herinneringsbrief is gestuurd om de betaling te voldoen. Dit is ook in de brief van 1 juli 2024 medegedeeld, waarin de bewonersvergunning beëindigd werd.
10. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht zijn opgelegd.
Conclusie en gevolgen
11. De beroepen in de zaken UTR 24/8079 en UTR 24/8080 zijn gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar ten aanzien van de naheffingsaanslagen [nummer] en [nummer] en herroept deze naheffingsaanslagen. Dat betekent dat eiser deze naheffingsaanslagen niet hoeft te betalen. De overige drie beroepen zijn ongegrond, de naheffingsaanslagen blijven in stand. Dat betekent dat eiser deze naheffingsaanslagen wel moet betalen.
12. Omdat twee beroepen gegrond zijn verklaard, dient de heffingsambtenaar aan eiser het betaalde griffierecht te vergoeden. Er zijn verder geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen in de zaken UTR 24/8074, UTR 24/8076 en UTR 24/8077 ongegrond;
- verklaart de beroepen in de zaken UTR 24/8079 en UTR 24/8080 gegrond en vernietigt de betreffende uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslagen met aanslagnummers [nummer] en [nummer];
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraken op bezwaar; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van A. Kasi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.