Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4219Zaaknummer UTR 26/2720
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Publicatiedatum
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/2720
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wht. pkv na intrekking beroep.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2720
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en
Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van Dienst Toeslagen in de proceskosten.
2. Dienst Toeslagen heeft met een besluit van 20 november 2025 het verzoek van verzoeker om compensatie als ex-partner van een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 26 maart 2026 (het bestreden besluit) is Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
3. Dienst Toeslagen heeft op 23 juni 2026 het bestreden besluit vervangen door een herziene beslissing op bezwaar. Daarbij heeft Dienst Toeslagen verzoeker alsnog de gevraagde compensatie toegekend. Daarnaast heeft Dienst Toeslagen bepaald dat de kosten die verzoeker in bezwaar heeft moeten maken worden vergoed tot een bedrag van € 1.332,-.
4. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken op 18 juni 2026 en de rechtbank verzocht Dienst Toeslagen te veroordelen in de proceskosten die hij heeft moeten maken. De rechtbank heeft Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Dienst Toeslagen heeft hierop niet gereageerd.
5. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_7f4b5057-ffa2-479f-9714-7d98da007cd2]
Beoordeling door de rechtbank
6. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_72d9c19d-bcf3-4bcd-a74c-c629106eb4e2]
7. Gelet op het hiervoor weergegeven procesverloop stelt de rechtbank vast dat Dienst Toeslagen tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker.
8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,-, omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
9. De rechtbank wijst erop dat Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 54,- te vergoeden.[_38a0424d-3fa3-4d11-ae03-d538c0a5d01a] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot Dienst Toeslagen wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.