Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 15 juli 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:4086Zaaknummer UTR 25/5472

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/5472
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

pkv

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5472

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker,

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

2. Verweerder heeft op 10 september 2025 een beslissing op bezwaar genomen in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 20 april 2026 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op de beslissing op bezwaar van 10 september 2025 en dat volledig aan verzoeker tegemoet is gekomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

3. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

4. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker.

5. De rechtbank overweegt als volgt. Verzoeker heeft bij zijn intrekking wel het bijgevoegde formulier ‘opgave proceskosten’ ingevuld, maar alle opties zijn met “nee” beantwoord. Er zijn dus geen gemaakte kosten geclaimd. Overigens is ook niet gebleken dat verzoeker kosten heeft gemaakt die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

6. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.

7. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden. Omdat dit rechtstreeks uit de wet volgt, hoeft verweerder hier niet toe veroordeeld te worden. Verzoeker kan zich hiervoor rechtstreeks tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.