Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 6 maart 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4066Zaaknummer UTR 25/4720
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 6 maart 2026
- Publicatiedatum
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/4720
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
BNT WOO. Niet-ontvankelijk, doorverwijzen naar verweerder ogv 6:20.
De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
- verwijst het beroep, gericht tegen het besluit van 19 november 2025, door naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4720
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek van 1 juli 2025 op grond van de Wet open overheid (Woo).
Verweerder heeft op 19 november 2025 alsnog een besluit genomen op dit Woo-verzoek. Bij brief van 20 november 2025 heeft eiseres aangegeven het niet eens te zijn met het genomen besluit.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Awb in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiseres wilde met het beroep bereiken dat verweerder alsnog een besluit nam op haar Woo-verzoek. Met het besluit van 19 november 2025 heeft verweerder alsnog beslist op het Woo-verzoek. Daarmee is het doel van eiseres bereikt. Het (proces)belang van eiseres bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daardoor weggevallen.
3. Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit van 19 november 2025. Bij brief van 20 november 2025 heeft eiseres te kennen gegeven dat zij het niet eens is met het alsnog genomen besluit.
5. In een zaak als deze, waar het gaat om de beoordeling van een Woo-verzoek, acht de rechtbank het wenselijk dat het bestuursorgaan eerst overgaat tot een bestuurlijke heroverweging. Met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb verwijst de rechtbank het beroep daarom naar verweerder ter behandeling als bezwaar. Dit betekent dat de rechtbank geen uitspraak doet op het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit.
6. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder op te dragen het griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden. Op het moment dat eiseres het beroep niet tijdig indiende, was verweerder in gebreke met tijdig beslissen. Eiseres heeft het beroep dan ook terecht ingesteld.
7. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
- verwijst het beroep, gericht tegen het besluit van 19 november 2025, door naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.