Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 24 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:3972Zaaknummer C/16/608846 / HA ZA 26-156

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/16/608846 / HA ZA 26-156
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Twee verschillende forumkeuzebedingen. De zaak wordt door één rechtbank behandeld ivm samenhang van de geschillen.

De rechtbank

in het incident

5.1

wijst het gevorderde af en verklaart zich bevoegd om van de vorderingen in de hoofzaak kennis te nemen;

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van het incident, aan de kant van [eiser] begroot op 653,00 aan salaris advocaat,

5.3

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 augustus 2026 voor de conclusie van antwoord in reconventie,

5.5

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.

5340

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil in de hoofdzaak
  3. 3 De beoordeling in het incident
  4. In het incident
  5. 4 Beoordeling in de hoofdzaak
  6. 5 De beslissing

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/608846 / HA ZA 26-156

Vonnis in incident van 24 juni 2026

in de zaak van

[eiser], h.o.d.n. [handelsnaam 1]

in [plaats],

eisende partij in conventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. W. van Dijk,

tegen

[gedaagde], h.o.d.n. [handelsnaam 2]

in [plaats],

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,

eisende partij in reconventie in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. T.J. Roest Crollius.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 22;

- de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring en conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie;

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2

Daarna heeft de rechtbank bepaald dat er een vonnis in het incident komt.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1

[eiser] heeft zijn bedrijf [handelsnaam 2] verkocht en overgedragen aan [gedaagde]. De overnameafspraken zijn vastgelegd in de koopovereenkomst. Onderdeel van die afspraken is een geldlening van [eiser] aan [gedaagde]. De afspraken daarover zijn vastgelegd in een geldleningsovereenkomst. [gedaagde] is na een tijdje gestopt met betalen aan [eiser]. In de hoofdzaak vordert [eiser] onder andere nakoming van de betalingsafspraken uit de koopovereenkomst en uit de geldleningsovereenkomst. [gedaagde] wil van de overeenkomsten af. Zij meent dat ze heeft gedwaald bij het aangaan van de koop van het bedrijf. Daarnaast vindt zij dat [eiser] niet heeft geleverd, waartoe hij was gehouden op grond van de afspraken. [gedaagde] vordert als tegenvorderingen de overeenkomsten van koop en van geldlening te vernietigen of (gedeeltelijk) te ontbinden.

3 De beoordeling in het incident

In het incident

3.1

In incident vordert [gedaagde] dat de rechtbank Midden-Nederland zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen en de procedure verwijst naar de rechtbank Amsterdam. [gedaagde] doet een beroep op het forumkeuzebeding uit de geldleningsovereenkomst. De rechtbank passeert dit forumkeuzebeding en wijst de incidentele vordering af.

Er zijn twee van elkaar verschillende forumkeuzebedingen

3.2

De rechtbank Midden-Nederland is de bevoegde rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen en tegenvorderingen voortkomend uit de koopovereenkomst. Dat is bepaald met het forumkeuzebeding in de koopovereenkomst. Daarin is de afspraak opgenomen dat partijen hun geschillen voorleggen aan de rechtbank Midden-Nederland. Uit de wet volgt dat de rechtbank die door partijen bij overeenkomst is aangewezen met uitsluiting van andere rechtbanken bevoegd is kennis te nemen van het geschil.[_3902c890-6921-4b29-ac82-1ecd2d4f84f9]

3.3

De rechtbank Amsterdam is de bevoegde rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen en tegenvorderingen voortkomend uit de geldleningsovereenkomst. In die overeenkomst is namelijk gekozen voor de rechtbank Amsterdam.

Het forumkeuzebeding voor de rechtbank Amsterdam wordt gepasseerd

3.4

Het is niet mogelijk om beide forumkeuzebedingen te respecteren én de zaak door dezelfde rechtbank te laten behandelen. Dat de geschillen gezamenlijk worden behandeld door één rechtbank is in dit geval van belang voor de goede en doelmatige geschilbeslechting. De geschillen over de koopovereenkomst en over de geldleningsovereenkomst zijn namelijk juridisch en feitelijk met elkaar verbonden. De geldlening is onderdeel van de koopovereenkomst. Om die reden volgt een keuze voor een rechtbank, waardoor één forumkeuzebeding zal worden gepasseerd.

3.5

De rechtbank Midden-Nederland zal de zaak in zijn geheel behandelen en dus niet het geschil over de geldleningsovereenkomst verwijzen naar rechtbank Amsterdam. De koopovereenkomst waarin is gekozen voor de rechtbank Midden-Nederland is namelijk de hoofdovereenkomst en de geldlening is daarvan een subonderdeel. De woonplaats van gedaagde valt in het arrondissement Midden-Nederland, waardoor deze rechtbank zonder forumkeuzebedingen bevoegd zou zijn. Daarbij komt dat de zaak al aanhangig is bij de rechtbank Midden-Nederland. De zaak verwijzen en doorsturen naar een andere rechtbank vraagt om extra handelingen, die de procedure kunnen vertragen. Dat wil de rechtbank voorkomen.

[gedaagde] moet de proceskosten in het incident betalen

3.6

Omdat [gedaagde] in het ongelijk is gesteld in het incident, moet zij de proceskosten in het incident betalen. Die zijn voor [eiser] begroot op € 653,00 (1 punt tegen tarief II van € 653,00).

4 Beoordeling in de hoofdzaak

4.1

De rechtbank wijst het verzoek van [gedaagde] om haar antwoord in conventie en eis in reconventie met een conclusie te mogen aanvullen af. [gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen te antwoorden en heeft daarvan ook gebruik gemaakt. De procesregels van hoor en wederhoor, vastgelegd in de wet en in het procesreglement, verzetten zich ertegen [gedaagde] de gelegenheid te geven voor een aanvullende conclusie in conventie en in reconventie. [gedaagde] heeft geen omstandigheden gesteld die een afwijking van de procesregels rechtvaardigen.

4.2

Volgens de procesregels mag [gedaagde] wel tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling bij akte bewijsstukken die haar verhaal onderbouwen in het geding brengen.

4.3

[eiser] zal in de gelegenheid worden gesteld een conclusie van antwoord in reconventie te nemen.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1

wijst het gevorderde af en verklaart zich bevoegd om van de vorderingen in de hoofzaak kennis te nemen;

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van het incident, aan de kant van [eiser] begroot op 653,00 aan salaris advocaat,

5.3

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 augustus 2026 voor de conclusie van antwoord in reconventie,

5.5

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.

5340

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.