Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 5 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:3946Zaaknummer UTR 26/1313

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
UTR 26/1313
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Publieke schulden aan de Belastingdienst zijn geen schulden die voor overname op grond van de Wht in aanmerking komen.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de minister de schulden van eiseres aan de Belastingdienst terecht niet heeft overgenomen. Het bestreden besluit blijft in stand, maar eiseres krijgt wel het griffierecht terug.

11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 5 juni 2026 in de zaak tussen
  2. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  3. De Minister van Financiën, verweerder
  4. Inleiding
  5. Beslissing
  6. Beoordeling door de rechtbank
  7. Conclusie en gevolgen
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/1313

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

5 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

De Minister van Financiën, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Bingöl)

Inleiding

1. Met het besluit van 17 oktober 2025 (het primaire besluit) heeft Sociale Banken Nederland (SBN) geweigerd om twee schulden van eiseres aan de Belastingdienst over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

2. Met het besluit van 4 februari 2026 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres heeft de minister het primaire besluit gehandhaafd.

3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

4. De rechtbank heeft het beroep op 5 juni 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de minister. Na afloop heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering daarvan vermeldt de rechtbank in dit proces-verbaal.

Beslissing

5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

6. Eiseres voert aan dat de minister de schulden ten onrechte niet heeft overgenomen. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. De schulden van eiseres aan de Belastingdienst voldoen niet aan de vereisten in hoofdstuk 4 van de Wht voor het overnemen van private schulden. De schulden van eiseres zijn namelijk publieke schulden aan een overheidsinstantie. SBN is uitsluitend bevoegd om private schulden over te nemen, om welke reden de publieke schulden van eiseres terecht niet zijn overgenomen. De beroepsgrond slaagt niet.

7. De publieke schulden van eiseres vallen onder de werking van hoofdstuk 3 van de Wht. Het is aan de Belastingdienst om te beoordelen of de schulden van eiseres worden kwijtgescholden. Op de zitting heeft eiseres verteld dat zij zich bij de Belastingdienst heeft gemeld. De beoordeling door de Belastingdienst valt buiten de reikwijdte van deze procedure.

8. Eiseres voert daarnaast aan dat door overmacht geen hoorzitting in bezwaar heeft plaatsgevonden. In november vorig jaar is eiseres met spoed naar Suriname gereisd in verband met ziekte van een familielid.

9. De rechtbank is van oordeel dat als de minister eiseres had gehoord (de reden waarom geen hoorzitting heeft plaatsgevonden laat de rechtbank in het midden) en uitleg had gegeven over de herstelregelingen van de Wht, het beroep waarschijnlijk achterwege was gelaten. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister het door eiseres betaalde griffierecht van € 54,- moet vergoeden.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de minister de schulden van eiseres aan de Belastingdienst terecht niet heeft overgenomen. Het bestreden besluit blijft in stand, maar eiseres krijgt wel het griffierecht terug.

11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.