Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 16 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3944Zaaknummer UTR 25/7132
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Publicatiedatum
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/7132
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
PKV.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten. Het Uwv moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7132
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker,
(gemachtigde: mr. C. Steijgerwalt)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. J.J. Grasmeijer).
Als derde-partij heeft aan de zaak deelgenomen:
[derde partij], (ex-)werkgever.
Overwegingen
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Deze zaak gaat over het besluit van het Uwv van 24 december 2024. In deze beslissing liet het Uwv aan verzoeker en (ex-)werkgever weten dat verzoeker per 18 november 2024 recht heeft op een loongerelateerde uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Tegen dit besluit is door (ex-)werkgever bezwaar gemaakt. Met de beslissing op bezwaar van 30 oktober 2025 is het bezwaar van (ex-)werkgever gegrond verklaard en is besloten dat verzoeker vanaf 18 november 2026 geen recht meer heeft op een WIA-uitkering. Tegen deze beslissing op bezwaar heeft verzoeker beroep ingediend.
3. De rechtbank heeft de zaak behandeld op de zitting van 1 april 2026. Op de zitting is de behandeling van de zaak geschorst om de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de gelegenheid te stellen binnen vier weken in schriftelijke reactie te reageren op de door verzoeker op 18 december 2025 ingebrachte stukken.
4. Op 11 mei 2026 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op het bezwaar van (ex-)werkgever genomen. Het Uwv heeft met deze beslissing aan (ex-)werkgever en verzoeker laten weten dat verzoeker alsnog recht heeft op een WIA-uitkering, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Hierop heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken met het verzoek het Uwv te veroordelen in de proceskosten die hij heeft gemaakt. Het Uwv heeft niet op dit verzoek gereageerd.
5. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).
6. Het Uwv moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen[_bbc7d2a5-6457-4445-bccc-0447ebd5f1a6]. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. In dit geval gaat het om een bedrag van € 53,-.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten. Het Uwv moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.