Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:3755Zaaknummer 25/6409 T2

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
25/6409 T2
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tweede tussenuitspraak. Verlenging (herstel)termijnen.

De rechtbank:

- draagt het Uwv op binnen twee weken na 25 juni 2026 de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen acht weken na 25 juni 2026 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Stichting Axioncontinu Groep, uit Utrecht, eiseres
  2. Als derde-partij neemt aan het geding deel [derde belanghebbende] te [plaats] .
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/6409 T2

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen

Stichting Axioncontinu Groep, uit Utrecht, eiseres

(gemachtigde: A. van Lieshout),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv)

(gemachtigde: J.H. Swart).

Als derde-partij neemt aan het geding deel [derde belanghebbende] te [plaats] .

Procesverloop

In de tussenuitspraak van 29 mei 2026 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het Uwv opgedragen binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen en in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.

Bij e-mail van 5 juni 2026 heeft het Uwv de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijnen te verlengen.

Overwegingen

1. Het Uwv heeft zijn verzoek om verlenging van de termijnen gedaan binnen de oorspronkelijke termijnen die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak. De rechtbank heeft dit verzoek doorgestuurd aan eiseres en aan de derde-partij.

2. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.

3. De reden waarom het Uwv de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijnen is dat de behandelend verzekeringsarts bezwaar en beroep tot 25 juni 2026 afwezig is in verband met verlof.

4. De rechtbank acht dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijnen rechtvaardigt, omdat de oorspronkelijk bepaalde termijnen te kort zijn gebleken en elke andere beslissing van de rechtbank - met name de einduitspraak waarbij het Uwv de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen - naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt.

5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:

- draagt het Uwv op binnen twee weken na 25 juni 2026 de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen acht weken na 25 juni 2026 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.