Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 10 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3564Zaaknummer 12168316 \ MC EXPL 26-1794
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Publicatiedatum
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- 12168316 \ MC EXPL 26-1794
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almere
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Renvooiprocedure. Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning van zijn vorderingen in faillissement en plaatsing hiervan op de lijst van erkende schuldeisers. De curator heeft de vordering erkend. De curator moet de proceskosten betalen.
4 De beslissing
De kantonrechter
verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 2.900,00,
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 219,50,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12168316 \ MC EXPL 26-1794
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eiser tot verificatie,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
MR. J.M. VAN RAAIJEN, CURATOR INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN [bedrijf] B.V.,
te Almere,
verweerder tot verificatie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. J.M. van Raaijen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de niet pro forma voortzetting van de verificatievergadering gehouden op 2 maart 2026,
- de conclusie van eis van [eiser] van 29 maart 2026,
- het antwoord van de curator van 13 mei 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De zaak in het kort
[eiser] heeft met [bedrijf] B.V (hierna: [bedrijf]) een overeenkomst gesloten voor de levering van energie. Na het sluiten van de overeenkomst is [bedrijf] in staat van faillissement verklaard. Als gevolg van dit faillissement kon [bedrijf] haar leveringsverplichtingen niet langer nakomen. [eiser] was hierdoor genoodzaakt een nieuwe energieovereenkomst af te sluiten bij een derde partij tegen een hoger tarief. De gestelde schade die [eiser] hierdoor lijdt, bestaat uit het tariefverschil tussen de oorspronkelijke overeenkomst met [bedrijf] en de nieuwe, duurdere overeenkomst. Daarnaast stelt [eiser] schade te hebben geleden vanwege een misgelopen welkomstbonus.
Berekend over de resterende looptijd van het contract, heeft [eiser] deze schade in eerste instantie begroot op € 3.691,29. [eiser] heeft uiteindelijk een bedrag van € 2.900,00 aan vorderingen ter verificatie ingediend bij de curator.
Aanvankelijk heeft de curator de volledige vordering van [eiser] betwist. Uit proceseconomische overwegingen en ter voorkoming van verdere vertraging in de afwikkeling van het faillissement, heeft de curator de gehele vordering alsnog erkend. Tevens heeft de curator toegezegd de door [eiser] betaalde griffierechten in deze renvooiprocedure te zullen vergoeden.
3 De beoordeling
De vordering
Nu de stellingen van [eiser] de vordering kunnen dragen en deze door de curator uitdrukkelijk zijn erkend, ligt de vordering voor toewijzing gereed. De vordering van [eiser] dient op de lijst van erkende schuldeisers te worden geplaatst voor een bedrag van € 2.900,00.
Proceskosten
De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
| - griffierecht | € | 93,00 | |
| - nakosten | € | 126,50 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 219,50 |
4 De beslissing
De kantonrechter
verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 2.900,00,
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 219,50,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.