Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 10 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:3561Zaaknummer 12168300 \ MC EXPL 26-1786

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12168300 \ MC EXPL 26-1786
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almere
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Renvooiprocedure. Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning van zijn vorderingen in faillissement en plaatsing hiervan op de lijst van erkende schuldeisers. De curator heeft de vordering erkend. De curator moet de proceskosten betalen.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 1.839,30,

4.2

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 201,50,

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De kern van het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12168300 \ MC EXPL 26-1786

Vonnis van 10 juni 2026

in de zaak van

[eiser],

te [plaats],

eiser tot verificatie,

hierna te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen

MR. J.M. VAN RAAIJEN, CURATOR INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN [bedrijf] B.V.,

te [plaats],

verweerder tot verificatie,

hierna te noemen: de curator,

advocaat: mr. J.M. van Raaijen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van de niet pro forma voortzetting van de verificatievergadering gehouden op 2 maart 2026,

- de conclusie van eis van [eiser] van 4 april 2026,

- het antwoord van de curator van 13 mei 2026.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De kern van het geschil

2.1

[eiser] heeft met [bedrijf] B.V (hierna: [bedrijf]) een overeenkomst gesloten voor de levering van energie. Na het sluiten van de overeenkomst is [bedrijf] in staat van faillissement verklaard. Als gevolg van dit faillissement kon [bedrijf] haar leveringsverplichtingen niet langer nakomen. [eiser] was hierdoor genoodzaakt een nieuwe energieovereenkomst af te sluiten bij een derde partij tegen een hoger tarief. De gestelde schade die [eiser] hierdoor lijdt, bestaat uit het tariefverschil tussen de oorspronkelijke overeenkomst met [bedrijf] en de nieuwe, duurdere overeenkomst. Berekend over de resterende looptijd van het contract, heeft [eiser] deze schade in eerste instantie begroot op € 2.130,34. Dat was een berekening op basis van verwacht gebruik.

2.2

Nadat de daadwerkelijke verbruiksgegevens bekend werden, heeft [eiser] de vordering aangepast naar € 1.839,30. Dit bedrag bestaat uit € 1.596,61 aan hogere energiekosten en € 242,69 op basis van een eindafrekening.

2.3

Aanvankelijk heeft de curator de vordering van [eiser] betwist voor een deel van € 2.097,65 en op basis van de nieuwe berekening voor een deel van € 1.806.39. Uit proceseconomische overwegingen en ter voorkoming van verdere vertraging in de afwikkeling van het faillissement, heeft de curator de gehele vordering in deze procedure alsnog erkend. Tevens heeft de curator toegezegd de door [eiser] betaalde griffierechten in deze renvooiprocedure te zullen vergoeden.

3 De beoordeling

3.1

Nu de stellingen van [eiser] de vordering kunnen dragen en deze door de curator uitdrukkelijk zijn erkend, ligt de vordering voor toewijzing gereed. De vordering van [eiser] dient op de lijst van erkende schuldeisers te worden geplaatst voor een bedrag van € 1.839,30.

3.2

De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht€93,00
- nakosten€108,50(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€201,50

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 1.839,30,

4.2

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 201,50,

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.