Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 22 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3549Zaaknummer C/16/611040 / FZ RK 26-385
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 22 mei 2026
- Publicatiedatum
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- C/16/611040 / FZ RK 26-385
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenbeschikking
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tussenbeschikking rechterlijke machtiging. Aanhouding van het verzoek teneinde de specialist ouderengeneeskunde te horen over de eventuele stoornis.
De rechtbank:
houdt de behandeling van het verzoek aan tot 5 juni 2026 om de specialist ouderengeneeskunde fysiek te horen op de zitting;
bepaalt dat dat het CIZ de specialist ouderengeneeskunde oproept om te verschijnen op de nieuwe zitting;
bepaalt dat er vóór 5 juni 2026 een nieuwe zitting zal plaatsvinden.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather, griffier en op schrift gesteld op |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/611040 / FZ RK 26-385
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats],
verblijvend in het [verblijfplaats] in [plaats],
advocaat: mr. T. de Heer.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2026, mee in de beoordeling
De zitting heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A], [functie], verbonden aan Zorggroep Almere;
- [B], huisarts;
- [C], zaalarts van de afdeling Interne Geneeskunde, verbonden aan het [verblijfplaats];
- [D], wijkverpleegkundige;
- [F], transferverpleegkundige,
- [G], buurvrouw van betrokkene.
2 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De beoordeling
De rechtbank houdt de beslissing op het verzoek om een rechterlijke machtiging te verlenen aan voor de duur van twee weken. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank dit doet.
Tijdens de zitting is naar voren gekomen dat er een veelvoud aan zorgen is over betrokkene. Zo is betrokkene opgenomen in het ziekenhuis met een verlaagde bloedsuikerspiegel en is er sprake van alcoholgebruik, somberheid, kortademigheid en valpartijen. Daarnaast zijn er gaten in het geheugen van betrokkene en heeft zij in het verleden suïcidale gedachten gehad. De rechtbank ziet deze zorgen, maar is tegelijkertijd van oordeel dat nog niet voldoende onderbouwd is dat er sprake is van een psychogeriatrische aandoening – zoals vereist op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). Ter zitting is aangegeven dat er momenteel een vermoeden aanwezig is van dementie, maar dat dit door overmatig alcoholgebruik niet goed vast te stellen is. Uit de medische verklaring van 20 april 2026 volgt dat er sprake is van een neurocognitieve stoornis, maar of er sprake is van een psychogeriatrische aandoening of een ander soortige aandoening die onder het bereik van de Wzd valt, is niet afdoende onderbouwd. Om meer duidelijkheid te krijgen over (de oorzaak van) de zorgen en de stoornis wil de rechtbank de betrokken specialist ouderengeneeskunde fysiek horen. De rechtbank houdt daarom de behandeling van het verzoek aan voor de duur van twee weken. De rechtbank wenst de onafhankelijk arts, dr. [H], in persoon te horen. Eventueel kan in aanloop naar de zitting nog nader onderzoek plaatsvinden.
4 De beslissing
De rechtbank:
houdt de behandeling van het verzoek aan tot 5 juni 2026 om de specialist ouderengeneeskunde fysiek te horen op de zitting;
bepaalt dat dat het CIZ de specialist ouderengeneeskunde oproept om te verschijnen op de nieuwe zitting;
bepaalt dat er vóór 5 juni 2026 een nieuwe zitting zal plaatsvinden.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather, griffier en op schrift gesteld op |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.