Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 21 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3519Zaaknummer C/16/611536 / FV RK 26-1237
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 21 mei 2026
- Publicatiedatum
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- C/16/611536 / FV RK 26-1237
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ZM voor 12 maanden. Verweer vrijwilligheid verworpen door dagelijks alcoholgebruik. Verweer termijn slaagt wel, want perspectief bieden voor vervolgplek.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 mei 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. H.F. Koenis, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 26 mei 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/611536 / FV RK 26-1237
Datum uitspraak: 21 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats],
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende bij [organisatie], locatie [locatie] in [plaats],
advocaat: mr. J.D. van der Heijden.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 13 mei 2026 ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A], arts;
- [B], verpleegkundig specialist;
- [C], verpleegkundige;
- [D], mentor (via Teams).
2 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van 24 maanden.
3 De beoordeling
De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor de duur van 12 maanden. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft een chronische psychotische kwetsbaarheid passend bij schizo- affectieve stoornis gecompliceerd door ADHD, een complexe PTSS en een stoornis in het gebruik van verschillende gedrag-beïnvloedende middelen. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 12 mei 2026.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
Hoewel de advocaat primair pleit voor afwijzing van het verzoek, oordeelt de rechtbank anders. De verpleegkundig specialist heeft uitgelegd dat betrokkene ambivalent is tegenover de medicatie. Dit, in combinatie met het dagelijks alcoholgebruik, zorgt ervoor dat de samenwerking niet altijd consistent is. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de vormen van verplichte zorg ‘onderzoek aan kleding- en lichaam’, ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ niet toe te wijzen. Volgens de advocaat is er al jaren sprake van alcoholgebruik. Daarvoor zijn na een verlof een controles nodig. Betrokkene werkt hieraan mee, waardoor er volgens de advocaat geen noodzaak is.
De verpleegkundig specialist is van mening dat alle genoemde vormen van verplichte zorg nodig zijn. Door controles uit te voeren op alcohol komt er zicht op de hoeveelheid alcohol die betrokkene gebruikt, of kan inname worden beperkt of voorkomen. Door zicht en controle op de alcoholinname kan de stemming en emotieregulatie beter worden ingeschat. Alcoholgebruik heeft hierop een negatief effect en dat heeft weer effect op de samenwerking. Daarbij zijn de controles relevant omdat alcoholinname en de mate daarvan van invloed zijn op de vraag of betrokkene medicatie kan krijgen en in welke hoeveelheid. De rechtbank is gelet op de toelichting van de verpleegkundig specialist van oordeel dat de verzochte vormen van verplichte zorg nodig en toewijsbaar zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Tot slot zal de rechtbank – conform het meer subsidiaire verweer van de advocaat – de zorgmachtiging verlenen voor de duur van maximaal 12 maanden in plaats van de verzochte 24 maanden. Ter zitting is duidelijk geworden dat betrokkene is aangemeld voor een vervolgplek, maar er is nog geen zicht op welke termijn dit kan worden gerealiseerd. Een beperking in de duur acht de rechtbank passend om zicht te houden op hoe dit vervolgtraject verloopt en de daarbij benodigde zorg.
4 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 mei 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. H.F. Koenis, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 26 mei 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.