Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 27 januari 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:349Zaaknummer UTR 25/6104

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/6104
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT;niet-ontvankelijk; geen igs;

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/6104

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats], eiseres,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 6 maart 2024.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiseres heeft op 6 maart 2024 een wijziging van haar gezondheid doorgegeven. Met de brief van 6 mei 2024 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Verweerder stelt de ingebrekestelling niet te hebben ontvangen.

4. De rechtbank overweegt dat uit vaste rechtspraak volgt dat als een geadresseerde stelt dat zij een per reguliere post verzonden brief niet heeft ontvangen, het in beginsel aan de verzender is om aannemelijk te maken dat en wanneer de brief is verzonden. Eiseres stelt dat zij de ingebrekestelling op 6 mei 2024 heeft verzonden. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres een kopie van de ingebrekestelling ingebracht. Uit dit stuk blijkt niet dat er sprake is van een verzending. Eiseres heeft verweerder bij brief van 6 mei 2024 in kennis gesteld dat zij diezelfde dag de ingebrekestelling per post zal verzenden.

Eiseres heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat zij de ingebrekestelling op 6 mei 2024 naar het adres van verweerder heeft verzonden.

5. Omdat de brief van 6 mei 2024 niet kan worden aangemerkt als een ingebrekestelling, is niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb. Het beroepschrift kon daarom nog niet worden ingediend. De rechtbank zal het beroep van eiseres om die reden dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.