Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 14 april 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3451Zaaknummer UTR 25/1863
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 april 2026
- Publicatiedatum
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/1863
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aanvraag toekenning zorg op grond van de Wet langdurige zorg terecht afgewezen. Beroep ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Venderbosch, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
griffier rechter
(de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen)
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1863
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 in de zaak tussen
[bewindvoerder], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [eiser], uit [plaats], eiser
(gemachtigde: mr. R. Kaya),
en
Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ
(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).
Procesverloop
Bij besluit van 10 juni 2024 (het primaire besluit) heeft het CIZ de aanvraag van eiser voor toekenning van zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) afgewezen.
Bij besluit van 20 november 2024 (het bestreden besluit) heeft het CIZ het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld.. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde en zijn begeleider [A]. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Op de zitting is de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen om te onderzoeken of er op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) meer zorg voor eiser mogelijk is. Partijen hebben laten weten dat eiser een (aparte) aanvraag zal gaan indienen op grond van de Wmo.
Partijen hebben de rechtbank laten weten dat een nadere zitting niet nodig is.
Bij brief van 8 april 2026 heeft de rechtbank partijen laten weten dat het onderzoek is gesloten.
Overwegingen
1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1958. Eiser ontvangt momenteel 4 uur per week begeleiding op grond van de Wmo. Op 22 april 2024 heeft eiser onderhavige aanvraag ingediend.
2. Het CIZ heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Het ontstaan van mogelijk ernstig nadeel kan voorkomen worden door het inzetten van planbare zorg. Het huidige functioneren van eiser kan mogelijk nog verbeteren met behandeling of begeleiding. Het CIZ heeft zich hierbij gebaseerd op een medisch advies van 19 december 2024. Op 15 april 2025 is een aanvullend medisch advies uitgebracht. Volgens het CIZ bestaat er geen recht op toegang tot zorg vanuit de Wlz.
3. Om in aanmerking te komen voor Wlz-zorg moet worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Samengevat komt het erop neer dat iemand in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie als:
- er een grondslag is; en
- er permanent toezicht nodig is ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen; en
- deze zorgbehoefte blijvend is.
Grondslag
4. Eiser voert in beroep aan dat het CIZ ten onrechte niet de grondslag verstandelijke handicap heeft aangenomen. Volgens eiser blijkt uit het verslag van Altrecht en de verklaring van de huisarts dat van deze grondslag sprake is.
5. De rechtbank stelt vast dat door het CIZ de grondslagen lichamelijke handicap en somatische aandoening zijn vastgesteld. Het CIZ heeft in de medisch adviezen van 19 december 2024 en 15 april 2025 geoordeeld dat de grondslag verstandelijke handicap niet kon worden vastgesteld. In het laatste advies is door de medisch adviseur ingegaan op de door eiser in beroep ingebrachte informatie van de huisarts van 17 februari 2025. Volgens de medisch adviseur kon de grondslag verstandelijke handicap niet worden vastgesteld op een combinatie van feiten en niet slechts op het feit dat er geen recent IQ-onderzoek heeft plaatsgevonden. De medisch adviseur concludeert dat in de informatie van de huisarts geen nieuwe feiten staan. Dat de gezamenlijke problematiek passend is bij het label verstandelijke handicap wil volgens de medisch adviseur niet zeggen dat de grondslag verstandelijke handicap vastgesteld kan worden. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen nadere informatie heeft verstrekt over diagnostiek die zijn standpunt verifieerbaar onderbouwt. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor twijfel aan de conclusie van het CIZ dat de grondslag verstandelijke handicap niet kan worden vastgesteld.
Permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid
6. Eiser voert in beroep aan dat hij niet in staat is om zelf hulp in te roepen. Eiser is erg beïnvloedbaar door derden en is gevoelig voor nalatigheid in zijn zelfzorg. Eiser ‘denkt’ dat hij in staat is om tijdig hulp in te schakelen maar in de praktijk blijkt dit niet het geval. Hij doet volgens zijn begeleider op verschillende momenten, zowel overdag als in de nacht, een beroep op haar. Hij staat ook onder bewind. Daarom is 24 uur per dag zorg in de nabijheid noodzakelijk.
7. De rechtbank stelt vast dat de medisch adviseur op 19 december 2024 heeft geconcludeerd dat medisch gezien niet kan worden vastgesteld dat eiser is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid omdat ernstig nadeel kan worden voorkomen middels geplande zorg. Eiser is, volgens de medisch adviseur, ook niet aangewezen op permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel. In het medisch advies van 15 april 2025 heeft de medisch adviseur gereageerd op de beroepsgrond van eiser. Volgens de medisch adviseur is onduidelijk waaruit blijkt dat eiser niet in staat is om hulp in te roepen. Uit de door het CIZ in kaart gebrachte stoornissen en beperkingen blijkt dat eiser om hulp belt als hij na een val niet zelf op kan staan. Ook heeft eiser de begeleiding een keer opgebeld toen hij overstuur was en niet meer wist waar hij was. Derhalve kan volgens de medisch adviseur niet worden vastgesteld dat er 24 uur zorg in de nabijheid noodzakelijk is. Wel is volgens de medisch adviseur duidelijk dat er een grote zorgbehoefte is, zoals ook door de begeleider van eiser op zitting naar voren is gebracht. Eiser heeft de conclusie van de medisch adviseur echter niet gemotiveerd betwist, omdat er geen stukken zijn ingebracht waaruit blijkt wat precies de verhoogde zorgbehoefte van eiser is. De rechtbank is daarom van oordeel dat er bij deze stand van zaken geen sprake is van een concreet aanknopingspunt voor twijfel aan de juistheid van de conclusie van de medisch adviseur. Omdat niet is gebleken dat eiser is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat hij niet in aanmerking komt voor zorg op grond de Wlz.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Venderbosch, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
griffier rechter
(de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen)
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.