Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 17 maart 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:3372Zaaknummer UTR 25/13755

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/13755
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

niet-ontvankelijk geen griffierecht

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van J.B Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/13755

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres,

(gemachtigde: drs. F.W. King),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening van 3 juli 2025 dat eiseres heeft ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient bij de rechtbank, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

4. Bij de indiening van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft eiseres verzocht om vrijstelling van het griffierecht, omdat zij dit bedrag niet kan betalen. De rechtbank heeft eiseres op 12 augustus 2025 een brief gestuurd waarin staat dat haar verzoek om vrijstelling van het griffierecht is afgewezen en dat zij het griffierecht wel moet betalen. Op 12 augustus 2025 heeft de rechtbank aan eiseres een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk kan verklaren en niet inhoudelijk behandelt als eiseres het griffierecht niet of niet op tijd betaalt. Volgens de track & trace van PostNL is de brief op 14 augustus 2025 afgehaald bij een PostNL-punt door eiseres, waarbij is getekend voor ontvangst.

5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.

6. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van J.B Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.