Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 3 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3259Zaaknummer 12017795 \ MC EXPL 25-6847
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 3 juni 2026
- Publicatiedatum
- 15 juni 2026
- Zaaknummer
- 12017795 \ MC EXPL 25-6847
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almere
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
opdracht, geldvordering na uitvoeren werkzaamheden
4 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 492,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 voor zover dit een bedrag van
€ 500,00 niet te boven gaat;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
41264
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12017795 \ MC EXPL 25-6847
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: Soer Incasso- en Juridisch Adviesburo,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties;- de conclusie van antwoord, met producties;- de conclusie van repliek, met producties;- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De kern van de zaak
[eiseres] heeft in opdracht van [gedaagde] in de periode van
1 februari 2022 tot en met 1 oktober 2022 werkzaamheden voor [gedaagde] verricht. Op 1 oktober 2022 heeft [eiseres] voor haar werkzaamheden een factuur van € 2.109,94 aan [gedaagde] gestuurd. Omdat [gedaagde] de factuur niet betaalde, heeft [eiseres] ook € 175,56 aan wettelijke rente en € 316,49 aan buitengerechtelijke incassokosten bij [gedaagde] in rekening gebracht. [gedaagde] en [eiseres] hebben daarna een betalingsregeling afgesproken. [gedaagde] heeft
€ 2.109,94 aan [eiseres] betaald. [eiseres] heeft deze betaling op de vordering in mindering gebracht. Zij vordert in deze procedure de betaling van het restant van € 492,50, met rente en kosten. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het restant en de rente en kosten aan [eiseres] moet betalen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt.
3 De beoordeling
[gedaagde] voert aan dat hij met de betaling van het factuurbedrag van
€ 2.109,94 aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, omdat hij het factuurbedrag volgens afspraak met de directeur van [eiseres] ‘tegen finale kwijting’ zou hebben betaald. [eiseres] zou daarom niets meer van hem te vorderen hebben. [eiseres] betwist dat die afspraak is gemaakt. Omdat [eiseres] de afspraak betwist, had [gedaagde] het bestaan van die afspraak moeten onderbouwen, maar dat heeft hij niet gedaan. Dat die afspraak zou zijn gemaakt blijkt daardoor nergens uit. Uit de in het geding gebrachte stukken blijkt juist dat [eiseres] [gedaagde] blijft aanspreken op betaling van het restant bedrag van € 492,50. Omdat [gedaagde] zijn stelling niet nader heeft onderbouwd, komt de kantonrechter niet toe aan het bewijsaanbod van [gedaagde]. De vordering van [eiseres] tot betaling van dit bedrag zal daarom worden toegewezen.
[eiseres] vordert ook de wettelijke rente over het bedrag van € 492,50 vanaf
6 januari 2025. [gedaagde] heeft de rente niet apart betwist. Op grond van de wet is de wettelijke rente toewijsbaar.
[eiseres] heeft er om haar moverende redenen voor gekozen om de vordering te beperken tot € 500,00. De wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen voor zover dit een bedrag van € 500,00 niet te boven gaat.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 120,78 | |
| - griffierecht | € | 135,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 174,00 | (2 punten × € 87,00) |
| - nakosten | € | 43,50 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 473,28 |
Tekst
Tekst
4 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 492,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 voor zover dit een bedrag van
€ 500,00 niet te boven gaat;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
41264
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.