Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 3 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:3257Zaaknummer C/16/598726 / HL RK 25-40

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/16/598726 / HL RK 25-40
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking voorlopige schadeloosstelling onteigening bedrijf t.b.v. uitbreiding transformatorstation Breukelen. Artikel 15.43 Omgevingswet.

De rechtbank

3.1

stelt de voorlopige schadeloosstelling toekomende aan [belanghebbende sub 1] vast op

€ 2.760.000,00;

3.2

stelt de voorlopige schadeloosstelling toekomende aan WRK vast op

nihil;

3.3

houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van de begroting van de schadeloosstelling door de deskundigen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

45353

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer / rekestnummer: C/16/598726 / HL RK 25-40

Beschikking van 3 juni 2026

in de zaak van

[verzoekster] B.V.,

te [plaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoekster],

advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,

tegen

1 [belanghebbende sub 1] B.V.,

te [plaats],

belanghebbende,

hierna te noemen: [belanghebbende sub 1],

advocaat: mr. C.F. van Helvoirt,

2 2. N.V. WATERTRANSPORTMAATSCHAPPIJ RIJN-KENNERMERLAND,

te Velserbroek,

belanghebbende,

hierna te noemen: WRK,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:- de tussenbeschikking van 23 oktober 2025 met de daarin genoemde processtukken;- het proces-verbaal van de descente van 19 mei 2026;- de nota’s voor deskundigen met bijlagen van [verzoekster] en [belanghebbende sub 1].

1.2

Ten slotte is een datum voor deze tussenbeschikking bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1

Partijen hebben zich inmiddels uitgelaten over de door [verzoekster] in het verzoekschrift aangeboden schadeloosstelling. [belanghebbende sub 1] heeft dat aanbod verworpen. De rechtbank ziet echter in hetgeen daarover naar voren is gebracht en hetgeen de deskundigen tijdens de descente hebben opgemerkt geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de voorlopige schadeloosstelling gelijk is aan het aanbod dat is gedaan bij het verzoekschrift (artikel 15.43 Ow).

2.2

De rechtbank zal de voorlopige schadeloosstelling voor [belanghebbende sub 1] daarom vaststellen op € 2.760.000,-.

2.3

WRK is niet verschenen. De voorlopige schadeloosstelling voor WRK wordt vastgesteld op nihil, zoals door [verzoekster] in het verzoekschrift is aangeboden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

stelt de voorlopige schadeloosstelling toekomende aan [belanghebbende sub 1] vast op

€ 2.760.000,00;

3.2

stelt de voorlopige schadeloosstelling toekomende aan WRK vast op

nihil;

3.3

houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van de begroting van de schadeloosstelling door de deskundigen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

45353

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.