Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 18 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3200Zaaknummer 24/7502
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 18 februari 2026
- Publicatiedatum
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/7502
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
No geen griffierecht
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7502
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats] (Spanje), eiser,
en
Dienst Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van 3 juni 2023 dat eiser heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar van verweerder.
Verweerder heeft op 5 juli 2023 een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. Het beroep is ingediend bij de rechtbank Den Haag, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze laatste rechtbank is namelijk de bevoegde rechtbank om op het beroep van eiser te beslissen.[_d92ad300-b2ad-44dd-95f7-01acba60efd5]
2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
3. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-.
4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
5. De rechtbank Den Haag heeft eiser op 8 juni 2023 een brief gestuurd naar het door hem opgegeven adres in Alphen aan den Rijn, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet op tijd betaald.
Uit een e-mail van 19 november 2023 van eiser aan het Landelijk Dienstcentrum rechtspraak (LDCR) leidt deze rechtbank af dat eiser de griffierechtnota heeft ontvangen. Daarin schrijft eiser namelijk dat hij een nota heeft gekregen voor een beroepschrift. In een mail van 20 november 2023 aan de LDCR vermeldt eiser ook het betalingskenmerk van deze nota.
6. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.