Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 6 maart 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3193Zaaknummer UTR 23/14437
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 6 maart 2026
- Publicatiedatum
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- UTR 23/14437
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
No geen procesbelang
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
De griffier is buiten staatte ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/14437
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 11 december 2023 tegen de beslissing op bezwaar van verweerder.
Bij brief van 28 november 2023 heeft verweerder eiser een maatregel opgelegd.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Bij besluit van 28 november 2023 heeft verweerder eiser medegedeeld dat hij voor gedurende twee weken een maatregel opgelegd krijgt.
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder volledig aan de bezwaren van eiser is tegemoetgekomen, aangezien verweerder de maatregel heeft ingetrokken. Eiser kan zich wenden tot verweerder voor het ingehouden bedrag van € 28,04,-.
4. De rechtbank heeft eiser bij brief van 25 augustus 2025 verzocht of eiser uiterlijk binnen twee weken na datum van verzending van de brief aan de rechtbank wil laten weten of hij het beroep nog wil handhaven. Eiser heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank gaat er daarom van uit dat eiser het eens is met het besluit van verweerder.
5. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
6. Van een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
De griffier is buiten staatte ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.