Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 16 april 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:2755Zaaknummer 12095001 UB VERZ 26-40

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
12095001 UB VERZ 26-40
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Verzoekschrift. Verzoekster vraagt haar loon als vereffenaar (opnieuw) vast te stellen. Het verzoekschrift is ingediend nadat de uitdelingslijst ter inzage heeft gelegen. Dat betekent dat verzoekster in beginsel niet-ontvankelijk is in haar verzoek om het loon opnieuw vast te stellen. Aangezien de Recofa-richtlijnen in artikel 6.3 onder c bepalen dat indien een uitdeling heeft plaatsgevonden, vier uren worden begroot voor de afwikkeling van de vereffening, stelt de kantonrechter bij wijze van uitzondering vier uren extra loon vast op basis van deze bepaling.

3 De beslissing

De kantonrechter:

- stelt het extra loon van de vereffenaar vast op € 1.401,60 exclusief BTW;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 12095001 UB VERZ 26-40

Beschikking van 16 april 2026

Inzake het verzoek van:

mr. M. de Waij,

gevestigd in Arnhem,

verder te noemen: verzoekster.

Verzoekster heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van:

[erflaatster], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938, overleden in De Bilt op [datum] 2019, met laatste woonplaats in [woonplaats], verder te noemen: erflaatster.

1 De procedure

1.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 8 september 2020 is verzoekster benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster.

1.2.

De kantonrechter heeft bij beschikking van 15 mei 2025 het vereffenaarsloon vastgesteld voor de werkzaamheden in de nalatenschap van erflaatster.

1.3.

De rekening en verantwoording en uitdelingslijst hebben bij de griffie van deze rechtbank ter inzage gelegen vanaf 12 juni 2025.

1.4.

Bij beschikking van 22 december 2025 is het tegen de rekening en verantwoording en uitdelingslijst ingediende verzet ongegrond verklaard.

1.5.

Verzoekster heeft op 9 januari 2026 een verzoekschrift ingediend waarin zij vraagt om haar loon opnieuw vast te stellen.

1.6.

De griffier heeft verzoekster op 17 maart 2026 een brief gezonden waarin het voornemen van de kantonrechter staat vermeld om vier uren extra loon vast te stellen. Verzoekster is in die brief tevens in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord en het verzoek aan te vullen dan wel te wijzigen. Verzoekster heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

1.7.

De kantonrechter acht zich in verband met hetgeen hiervoor is vermeld en op grond van de overgelegde stukken voldoende geïnformeerd. Daarom zal zonder mondelinge behandeling op het verzoek worden beslist.

2 De beoordeling

2.1.

Artikel 4:206 lid 3 BW bepaalt dat een door een rechter benoemde vereffenaar recht heeft op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. Voor de vaststelling van het loon van de vereffenaar sluit de kantonrechter aan bij de regeling voor faillissementscuratoren, de zogenaamde Recofa-richtlijnen.

2.2.

Het verzoek om het loon (opnieuw) vast te stellen is ingediend nadat de uitdelingslijst ter inzage heeft gelegen. Dat betekent dat verzoekster in beginsel niet-ontvankelijk is in haar verzoek om het loon opnieuw vast te stellen.

2.3.

Aangezien de Recofa-richtlijnen in artikel 6.3 onder c bepalen dat indien een uitdeling heeft plaatsgevonden, vier uren worden begroot voor de afwikkeling van de vereffening, zal de kantonrechter bij wijze van uitzondering vier uren extra loon vaststellen op basis van deze bepaling.

2.4.

Verzoekster gaat in haar verzoekschrift uit van een uurtarief van € 350,40 exclusief omzetbelasting (BTW). De kantonrechter zal ook van dit uurtarief uitgaan en het extra loon derhalve vaststellen op € 1.401,60 exclusief BTW.

3 De beslissing

De kantonrechter:

- stelt het extra loon van de vereffenaar vast op € 1.401,60 exclusief BTW;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.