Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 17 april 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:2004Zaaknummer UTR 25/6252

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
UTR 25/6252
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT UHT. Niet-ontvankelijk, niet aannemelijk gemaakt dat de igs op de juiste wijze is verzonden

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Dienst Toeslagen, verweerder
  3. Inleiding
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/6252

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H. Sala),

en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 27 februari 2024 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade.

Op 13 november 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht.[_7068913b-6f25-4944-bdca-ad4541f91a94] Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.[_64e452aa-20f3-44f0-a537-051d7bb0372f] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.[_fc1be26e-d8ad-4cf9-b571-9cc35604b842]

2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.

3. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 19 november 2025 verzocht om bewijs waaruit blijkt dat de ingebrekestelling is verzonden. Eiseres heeft hierop gereageerd.

4. Eiseres heeft als bijlage een papieren exemplaar van een ingebrekestelling overgelegd, gedateerd op 17 maart 2025 en voorzien van een handtekening. Dit is hetzelfde bericht dat eiseres eerder al als bijlage bij het beroepschrift heeft overgelegd. Zij heeft evenwel geen bewijsstukken verstrekt waaruit volgt dat dit stuk daadwerkelijk per post is verzonden.

5. Eiseres stelt daarnaast dat het papieren exemplaar ‘op digitale en gebruikelijke wijze’ verzonden. Op het papieren exemplaar staat bij de adressering het adres van verweerder en “per e-mail: uht.igs@toeslagen.nl’.

6. Op grond van artikel 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht is bij de digitale verzending van berichten aan een bestuursorgaan beslissend het moment waarop het bericht elektronisch door dat bestuursorgaan is ontvangen. Eiseres heeft geen gegevens overgelegd (bijvoorbeeld afkomstig van haar internetprovider) waaruit kan worden afgeleid dat verweerder het bericht digitaal heeft ontvangen. Zij heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk is verzonden.

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.