Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 19 maart 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:1623Zaaknummer C/16/607690 / FV RK 26-565

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
C/16/607690 / FV RK 26-565
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM toegewezen voor 24 maanden. Betrokkene betwist de diagnose en is het niet eens met het verzoek. RB oordeelt dat de ZM nodig is, vanwege de chronische psychische problematiek.

De rechtbank:

4.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 maart 2028.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. J.P.M. Schwillens, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/607690 / FV RK 26-565

Datum uitspraak: 19 maart 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats],

hierna: betrokkene,

wonende in [plaats],

advocaat: mr. W.B. Janssens.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 27 februari 2026 ontvangen.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- [A.], casemanager.

2 Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van 24 maanden.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van 24 maanden. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten chronische paranoïde schizofrenie. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 25 februari 2026. Hoewel betrokkene het niet eens is met de diagnose zonder verdere onderbouwing, blijkt uit de processtukken dat de diagnose in het verleden door meerdere onafhankelijke psychiaters is vastgesteld. Om die reden twijfelt de rechtbank niet aan de diagnose.

3.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

3.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.

3.5.

Hoewel de advocaat namens betrokkene pleit voor afwijzing van het verzoek, oordeelt de rechtbank anders. Uit de processtukken en ter zitting blijkt dat er geen overeenstemming is over de benodigde medicatie. Betrokkene wil geen medicatie meer gebruiken, terwijl de casemanager uitlegt dat juist de medicatie ervoor zorgt hij zelfstandig - al dan niet met begeleiding/bescherming - kan wonen. Omdat er een verschil van mening is tussen betrokkene en de casemanager, oordeelt de rechtbank dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.

3.6.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

3.7.

Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.

3.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 maart 2028.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. J.P.M. Schwillens, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.