Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 16 maart 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1513Zaaknummer C/16/608351 / FV RK 26-678
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 16 maart 2026
- Publicatiedatum
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- C/16/608351 / FV RK 26-678
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
VIBS toegewezen ondanks dat diagnose en ernstig nadeel worden betwist.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1936 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 april 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 26 maart 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/608351 / FV RK 26-678
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1936 in [geboorteplaats],
hierna: betrokkene,
wonende in [plaats 1],
verblijvende bij [Instelling], [locatie 1] in [plaats 2],
advocaat: mr. H.S.K. Jap A Joe.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 12 maart 2026 ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A.], specialist ouderengeneeskunde;
- [B.], verpleegkundige;
- [C.], arts.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling bij [Instelling], [locatie 1] in [plaats 2]. De burgemeester van [plaats 3] heeft de inbewaringstelling op 11 maart 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet zorg en dwang. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. Er is vermoedelijk sprake van ongespecificeerde neurocognitieve stoornissen. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 11 maart 2026. Betrokkene herkent zich niet in deze diagnose, maar in de medische verklaring staat vermeld dat de huisarts al langere tijd het vermoeden had van cognitieve stoornissen en dat ook de geriater die betrokken was bij de opname van betrokkene in [locatie 2] in januari 2026 een vermoeden had daarvan. De onafhankelijke specialist ouderengeneeskunde komt in de medische verklaring tot de vermoedelijke diagnose ongespecificeerde neurocognitieve stoornissen nadat zij betrokkene heeft geobserveerd en heeft geconstateerd dat er bij betrokkene sprake is van evidente stoornissen in het kortetermijngeheugen en de oriëntatie, passend bij een dementieel beeld. Daarnaast heeft de specialist ouderengeneeskunde tijdens de mondelinge behandeling verteld dat betrokkene begeleiding nodig heeft bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen, omdat zij de volgorde vergeet en dat betrokkene vergeet te eten. Dit is passend bij de vermoedelijke diagnose. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om aan deze diagnose te twijfelen.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Uit de stukken blijkt dat betrokkene niet langer in staat is om voor zichzelf te zorgen. Indien betrokkene terugkeert naar huis is er een aanzienlijke risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Zo blijkt in de thuissituatie sprake te zijn van zeer hoog valgevaar. Betrokkene weigert inzet van een persoonsalarm en ook andere vormen van hulp zoals, thuiszorg en mantelzorg door haar dochter en/of broer. Ook bestaan er risico’s op het gebied van voedselintake als betrokkene weer terugkeert naar huis. De specialist ouderengeneeskunde heeft tijdens de mondelinge behandeling bevestigd dat er al langere tijd aanwijzingen zijn dat het in de thuissituatie onveilig is voor betrokkene. Er zijn vermoedens dat zij meerdere keren is gevallen met meerdere fracturen. Daarnaast zijn er zorgen rondom het vocht- en voedselinname van betrokkene omdat zij vermagerd is. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de voortzetting van de inbewaringstelling nodig is.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
Betrokkene behoeft 24-uurs nabijheid en zorg. De specialist ouderengeneeskunde heeft verklaard dat betrokkene de zorg en hulp in de thuissituatie niet accepteert omdat zij het niet nodig vindt. Er zijn dan ook geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1936 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 april 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 26 maart 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.