Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 12 maart 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:1444Zaaknummer C/16/607268 / FV RK 26-480

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/16/607268 / FV RK 26-480
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

RM voor 5 jaar ondanks dat het verzoek te laat is ingediend

De rechtbank:

4.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats];

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 februari 2031.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026 door mr. A.G. Bakker, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 17 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/607268 / FV RK 26-480

Datum uitspraak: 12 maart 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats],

hierna: betrokkene,

wonend in [woonplaats],

verblijvende bij [verblijfplaats], locatie [locatie] in [plaats],

advocaat: mr. S. Dogan.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen 19 februari 2026 ontvangen.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [A], arts;
  • [B], kwaliteitsverpleegkundige;
  • [C], echtgenote.

2 Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van vijf jaren.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vijf jaren. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet zorg en dwang. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is gediagnostiseerd met uitgebreide neurocognitieve stoornissen, meest waarschijnlijk de ziekte van Alzheimer. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 4 februari 2026.

3.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

3.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.

3.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is voor het uitvoeren van de algemeen dagelijkse levensverrichtingen volledig afhankelijk van anderen. Daarnaast is er sprake van probleemgedrag bij dementie. Betrokkene heeft 24-uurs zorg in nabijheid en professionele behandeling en begeleiding nodig. Voortzetting van het verblijf in een Wzd-geregistreerde accommodatie is daarmee onafwendbaar.

3.6.

Tot slot heeft de rechtbank geconcludeerd dat het verzoek tot het verlenen van een rechtelijke machtiging niet binnen de gestelde termijn is ingediend, zoals bedoeld in artikel 25 lid 3 Wzd. De vorige rechtelijke machtiging gold tot en met 15 februari 2026. Uit het arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:227) blijkt dat een termijnoverschrijding een opvolgende rechterlijke machtiging niet in de weg hoeft te staan. Het is echter wel zo dat de termijnoverschrijding in mindering moet worden gebracht op de geldigheidsduur van deze rechterlijke machtiging. Om die reden zal de rechtbank deze rechterlijke machtiging in laten gaan vanaf 15 februari 2026. Op deze manier wordt de termijnoverschrijding in mindering gebracht.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats];

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 februari 2031.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026 door mr. A.G. Bakker, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 17 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.