Uitspraak · Omgevingsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 26 maart 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1249Zaaknummer 25/2554
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 26 maart 2026
- Publicatiedatum
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- 25/2554
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Weigering omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor zeilactiviteiten en het jaarrond aanwezig zijn van twee zeecontainers voor de opslag van materiaal in recreatiegebied Gravenbol. Natuurtoets is onvoldoende om te kunnen concluderen dat de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast door het project. De beoordeling in de natuurtoets is niet op het project toegespitst. De gevolgen van het plaatsen van de zeecontainers voor de oppervlakte en de kwaliteit van het leefgebied van de beschermde vogels en de gevolgen voor stikstof zijn niet onderzocht. Geen ruimte om de maatschappelijke waarde van de zeillessen mee te laten weten in de beoordeling. De weigering blijft in stand.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam en mr. R.S. Wertheim, leden, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2026.
| griffier | voorzitter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2554
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] h.o.d.n. [handelsnaam] , gevestigd in [vestigingsplaats] , eiser
en
het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. H.S. Heite).
Samenvatting
1. De [handelsnaam] geeft in de zomer jeugdzeillessen in het recreatiegebied [locatie] bij Wijk bij Duurstede. Dit gebied ligt in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Voor de opslag van materiaal voor deze jeugdzeillessen zijn in 2014 twee zeecontainers geplaatst, die in de winter naar een andere locatie worden verplaatst. Deze uitspraak gaat over de weigering van eisers aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit (hierna: natuurvergunning) voor de zeilactiviteiten en het jaarrond aanwezig zijn van de twee zeecontainers. De aanvraag is met het besluit van 27 februari 2025 geweigerd omdat de effecten van de aanwezigheid van de zeecontainers niet zijn onderzocht, waardoor volgens gedeputeerde staten significant negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied niet kunnen worden uitgesloten. Eiser is het niet eens met de weigering van de natuurvergunning en heeft beroep ingesteld.
2. De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van gedeputeerde staten en [A], werkzaam bij het team vergunningverlening van de provincie.
3. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat gedeputeerde staten de aangevraagde natuurvergunning terecht hebben geweigerd. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Beoordeling door de rechtbank
Wettelijk kader
4. Artikel 5.1, eerste lid, onder e, van de Omgevingswet bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten.
5. In de bijlage bij de Omgevingswet is een Natura 2000-activiteit gedefinieerd als: activiteit, inhoudende het realiseren van een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
6. Op grond van artikel 8.74b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit alleen verleend als uit de passende beoordeling, bedoeld in artikel 16.53c, eerste lid, van de Omgevingswet, de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
7. Artikel 16.53c, eerste lid, van de Omgevingswet regelt dat de aanvrager van de omgevingsvergunning voor een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn een passende beoordeling moet maken van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied.
8. Uit het toetsingskader volgt dat eerst moet worden vastgesteld of het project significante gevolgen kan veroorzaken voor een Natura 2000-gebied. Dat is de zogenoemde voortoets. Als in een voortoets wordt vastgesteld dat het project geen significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan veroorzaken, dan is het project niet vergunningplichtig. Als significante gevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, dan is voor het project een natuurvergunning nodig en moet een passende beoordeling worden gemaakt.
Beoordeling beroepsgronden
9. Eiser betoogt dat uit de natuurtoets ‘Horecagelegenheid [locatie] ’ van 12 december 2024 (de natuurtoets) blijkt dat er geen significante effecten zijn op het Natura 2000-gebied Rijntakken. Verder is het aantal verkeersbewegingen beperkt tot zeven auto’s per les, dus maximaal 70 auto’s per seizoen. Het aandeel van het autoverkeer voor de zeillessen is verwaarloosbaar, gelet op het reguliere bezoekersaantal van het recreatiegebied van gemiddeld 15.000 per jaar. Ook wijst eiser erop dat de zeillessen stikstofuitstootvrij zijn, beperkt in omvang (maximaal twee cursussen van vijf lessen per seizoen met maximaal zes kinderen) en dat de zeillessen passen binnen de recreatieve functie van het terrein.
10. Tussen partijen is niet in geschil, en de rechtbank stelt vast, dat het project bestaat uit het jaarrond aanwezig zijn van twee zeecontainers voor opslag van materiaal van de [handelsnaam] en de zeilactiviteiten.
11. Recreatiegebied [locatie] ligt in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit deel van het Natura 2000-gebied is (alleen) aangewezen als Vogelrichtlijngebied. De vraag die partijen verdeeld houdt is of op basis van de natuurtoets geconcludeerd kan worden dat de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. De natuurtoets is opgesteld in opdracht van de gemeente Wijk bij Duurstede om de natuurwaarden in [locatie] in kaart te brengen voor een beoogde standplaats voor een seizoensgebonden horecagelegenheid. De aanleiding voor de natuurtoets is het gemeentelijke standplaatsenbeleid dat in een ontwerpbestemmingsplan is neergelegd en de daarop binnengekomen zienswijzen. De natuurtoets is dus niet specifiek voor het project van eiser opgesteld.
12. In de natuurtoets zijn de ecologische effecten van de beoogde standplaats beoordeeld en is gekeken naar recreatieve activiteiten die na de aanwijzing als Natura 2000-gebied zijn ontplooid, zoals de [handelsnaam] met twee containers. In de natuurtoets staat beschreven dat de belangrijkste ecologische gevolgen van de standplaats van de seizoensgebonden horeca, de containers van de [handelsnaam] en de slagboomcontainer samenhangen met de fysieke inbeslagname van de horecavoorziening, de containers en de kort gemaaide ruimte daaromheen. Het gaat om een verlies van ongeveer 400 m². Andere effecten zijn de verstoring die dagrecreatie veroorzaakt door licht, geluid en bewegingen en de (beperkte) stikstofuitstoot. De conclusie in de natuurtoets is dat de negatieve effecten van de beoogde standplaatslocatie op de natuur beperkt zijn.
13. De rechtbank is het met gedeputeerde staten eens dat de natuurtoets onvoldoende is om te kunnen concluderen dat de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast door het project. Van belang daarbij is dat de beoordeling in de natuurtoets niet op het project van eiser is toegespitst. De zeilactiviteiten en de zeecontainers zijn weliswaar betrokken in de natuurtoets, maar dat is onvoldoende om met zekerheid vast te kunnen stellen welke effecten het project heeft. De rechtbank overweegt dat niet onderzocht is wat de gevolgen zijn van het plaatsen van de zeecontainers voor de oppervlakte en de kwaliteit van het leefgebied van de beschermde vogels. Daar komt bij dat de conclusie van de natuurtoets is dat de standplaatslocatie van de seizoensgebonden horecagelegenheid beperkte negatieve effecten heeft. Deze conclusie maakt duidelijk dat significant negatieve effecten juist niet kunnen worden uitgesloten. Dit geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor de zeecontainers. Dat de zeilactiviteiten bij het recreatiegebied passen en de landschappelijke inpassing van de zeecontainers volgens de natuurtoets acceptabel is, zoals eiser naar voren brengt, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel, omdat deze aspecten geen betrekking hebben op de gevolgen van het project voor het Natura 2000-gebied.
14. Ook hebben gedeputeerde staten bij de weigering van de natuurvergunning terecht betrokken dat de gevolgen van de toename van stikstofdepositie niet inzichtelijk zijn gemaakt. De rechtbank vindt het aannemelijk dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de zeillessen gelet op de maximaal tien lessen per seizoen zeer beperkt is, maar dat laat onverlet dat de effecten daarvan onderzocht moeten worden. Eiser heeft, ondanks een verzoek daartoe van gedeputeerde staten, geen stikstofberekeningen laten maken om de effecten te kunnen beoordelen. Op de zitting heeft de gemachtigde van gedeputeerde staten toegelicht dat stikstof voor het Natura 2000-gebied Rijntakken waarschijnlijk geen probleem meer vormt, maar dat dat anders kan zijn voor stikstofoverbelaste Natura 2000-gebieden die in de buurt liggen.
15. Eiser pleit ervoor om de grote maatschappelijke waarde van de zeillessen mee te laten wegen bij de beoordeling. De rechtbank heeft hiervoor begrip, maar overweegt dat het maatschappelijk belang geen onderdeel is van het toetsingskader voor een natuurvergunning. Deze beroepsgrond kan daarom niet slagen.
Conclusie en gevolgen
16. De rechtbank komt tot de conclusie dat gedeputeerde staten de natuurvergunning terecht hebben geweigerd, omdat de effecten van het project niet passend zijn beoordeeld. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering van de aangevraagde natuurvergunning in stand blijft.
17. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam en mr. R.S. Wertheim, leden, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2026.
| griffier | voorzitter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.