Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 21 januari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:115Zaaknummer 11952330 \ MV EXPL 25-181 D/51246
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 21 januari 2026
- Publicatiedatum
- 21 januari 2026
- Zaaknummer
- 11952330 \ MV EXPL 25-181 D/51246
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Kort geding
- Zittingsplaats
- Almere
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding, verstek. Vorderingen tot overschrijving kenteken op eigen naam en vergoeding verkeersboetes toegewezen.
4 De beslissing
De kantonrechter, recht doende in kort geding:
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de overschrijving van het kenteken [kenteken] op zijn eigen naam, op straffe van een dwangsom van € 125,- per dag(deel) dat [gedaagde partij] niet aan de veroordeling voldoet, totdat een maximum van € 25.000,- is bereikt;
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] € 1.164,- te betalen voor verkeersboetes die zij voor hem heeft betaald;
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 805,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 11952330 \ MV EXPL 25-181 D/51246
Vonnis in kort geding van 21 januari 2026
in de zaak van
[eisende partij],
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij],
gemachtigden: mr. J.F. Overes en J.T. Piersma (Keizerhof Advocaten),
tegen
[gedaagde partij],
verblijvende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 november 2025 met 3 producties;- de mondelinge behandeling van 7 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
[gedaagde partij] heeft op 6 januari 2026 in een brief gevraagd om uitstel voor een reactie op de dagvaarding. De kantonrechter heeft geen uitstel verleend. Tijdens de mondelinge behandeling op 7 januari 2026 was [eisende partij] aanwezig, samen met haar dochter en schoonzoon. [eisende partij] werd bijgestaan door mr. Overes en mevrouw Piersma. [gedaagde partij] is niet naar de zitting gekomen.
De kantonrechter heeft bepaald dat zij schriftelijk uitspraak zal doen.
2 De kern van de zaak
[gedaagde partij] is de zoon van [eisende partij]. Hij heeft een auto met het kenteken [kenteken]. Dat kenteken staat op naam van [eisende partij]. [eisende partij] wil dat [gedaagde partij] het kenteken op zijn naam zet, maar daar heeft [gedaagde partij] tot nu toe niet aan meegewerkt. Daarom is [eisende partij] deze procedure gestart. Zij eist dat [gedaagde partij] binnen 48 uur na betekening van het vonnis zijn medewerking verleent aan de overschrijving van het kenteken [kenteken] op zijn naam, op straffe van een dwangsom van € 125,- per dag tot een maximum van € 25.000,-. Daarnaast eist [eisende partij] dat [gedaagde partij] € 1.164,- aan haar vergoedt voor verkeersboetes die zij voor hem heeft betaald. De kantonrechter zal de vorderingen toewijzen.
3 De beoordeling
Verstek tegen [gedaagde partij]
is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. Daarom heeft de kantonrechter verstek tegen [gedaagde partij] verleend.
[gedaagde partij] heeft in zijn brief van 6 januari 2026 een bevoegdheidsverweer gevoerd. De kantonrechter laat dit verweer buiten beschouwing. [gedaagde partij] had naar de mondelinge behandeling moeten komen en daar het verweer moeten voeren.
[eisende partij] heeft een spoedeisend belang
De kantonrechter vindt dat [eisende partij] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Volgens [eisende partij] begaat [gedaagde partij] herhaaldelijk verkeersovertredingen en ontvangt en betaalt zij nu alle boetes, omdat het kenteken nog op haar naam staat. [eisende partij] lijdt hierdoor schade. Aan die situatie moet zo snel mogelijk een einde komen.
De vorderingen van [eisende partij] zijn niet onrechtmatig of ongegrond
[gedaagde partij] is niet verschenen in deze procedure en heeft dus geen verweer gevoerd. Daarom moet de kantonrechter alleen beoordelen of de vorderingen van [eisende partij] onrechtmatig of ongegrond zijn. Dat is niet het geval. De kantonrechter zal de vorderingen toewijzen.
[gedaagde partij] moet de proceskosten betalen
[gedaagde partij] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde partij] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
| - griffierecht | € | 93,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 577,00 | |
| - nakosten | € | 135,00 | |
| Totaal | € | 805,00 |
4 De beslissing
De kantonrechter, recht doende in kort geding:
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de overschrijving van het kenteken [kenteken] op zijn eigen naam, op straffe van een dwangsom van € 125,- per dag(deel) dat [gedaagde partij] niet aan de veroordeling voldoet, totdat een maximum van € 25.000,- is bereikt;
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] € 1.164,- te betalen voor verkeersboetes die zij voor hem heeft betaald;
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 805,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.