Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 25 februari 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:827Zaaknummer UTR 24/8314

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
UTR 24/8314
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Woo; BNT; gegrond.

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op om binnen twee weken alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- dat eiser heeft betaald moet betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van

N.J.R. Kalaykhan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

25 februari 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/8314

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2], te [plaats], eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun verzoek van 8 december 2023, door verweerder ontvangen op 11 december 2023, op grond van de Wet open overheid (Woo).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_814b1d46-d5eb-4c4e-9a14-eedd2f2194f4] Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. Bij brief van

14 september 2024, ontvangen door verweerder op 16 september 2024, is verweerder in gebreke gesteld. Eisers hebben meer dan twee weken daarna beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun verzoek.

3. Het beroep is kennelijk gegrond.

4. Verweerder heeft op 11 april 2024 een deelbesluit genomen. Omdat verweerder nog geen definitief besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Het bestuursorgaan moet dit in principe doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak.[_be73647a-9cea-4ce7-b057-b8a0908b78d8] Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.[_52f95fb9-9139-43ed-a4ea-9196b17474f1]

5. Verweerder heeft in het verweerschrift (met dagtekening 10 januari 2025) aangegeven dat de verwachting is om binnen vier maanden definitief te beslissen op het verzoek van eisers. Het gaat volgens verweerder om een omvangrijk verzoek. De overschrijding van de beslistermijn is volgens verweerder gelegen in onderbezetting van personeel voor de behandeling van dergelijke verzoeken.

6. Verweerder heeft hiermee onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarbij houdt de rechtbank er rekening mee dat verweerder het verzoek op 11 december 2023 heeft ontvangen en dus al meer dan een jaar de tijd heeft gehad om op het verzoek te beslissen. Verweerder heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom het niet is gelukt om in die periode een besluit te nemen. Verweerder heeft ook niet inzichtelijk gemaakt welke stappen nog moeten worden genomen om op het verzoek te beslissen en hoeveel tijd voor iedere stap nodig heeft. De rechtbank ziet daarom geen reden om af te wijken van de in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb genoemde termijn van twee weken voor het alsnog nemen van een besluit. Verweerder moet daarom binnen twee weken na verzenden van de uitspraak een definitief besluit nemen.

7. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

8. Er zijn door eisers geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.

9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 187,- aan eisers betalen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op om binnen twee weken alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- dat eiser heeft betaald moet betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van

N.J.R. Kalaykhan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

25 februari 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.