Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 9 december 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:7981Zaaknummer UTR 25/4213

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/4213
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

NOBZ ongegrond

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

De griffier is buiten staat te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , te [plaats] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4213

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van

27 juni 2025 (het bestreden besluit), waarin is beslist dat zijn bezwaar te laat is ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een bezwaarschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, moet het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar is. Dan laat het bestuursorgaan op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.

3. Vast staat dat verweerder het primaire besluit bekend heeft gemaakt op 15 maart 2024, zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op 26 april 2024.

4. Eiser heeft aangevoerd dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 15 maart 2024. Het is echter aan eiser om de tijdige verzending van dat bezwaarschrift ook aannemelijk te maken. Eiser heeft zijn stelling niet onderbouwd met bijvoorbeeld een verzendbewijs of enig ander bewijsstuk. Daarom gaat de rechtbank er van uit dat eiser eerst bij brief van 18 juni 2025 bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit. Dat bezwaarschrift is niet tijdig ingediend.

5. In uitzonderlijke gevallen kan een bezwaarmaker niet verweten worden dat hij pas na de termijn bezwaar heeft ingesteld. Eiser heeft in het beroepschrift aangevoerd dat verweerder onduidelijkheid heeft geschept door eiser te verzoeken het bezwaar per e-mail te versturen. Eiser geeft daarnaast aan aanzienlijk financiële gevolgen en ernstige psychische klachten te hebben door deze zaak.

6. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie van eiser, vormt deze situatie geen geldige reden voor het te laat indienen van zijn bezwaarschrift. Dat de gevolgen van het besluit groot zijn, maakt niet dat het te laat indienen van een bezwaarschrift daarom verschoonbaar is. De onduidelijkheid over het mailen heeft naar het oordeel van de rechtbank ook niet geleid tot het te laat indienen. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om tijdig bezwaar in te dienen of, indien hij er zelf niet toe in staat is, dat voor hem te laten doen. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift een fatale termijn is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het beroep zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

7. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

De griffier is buiten staat te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.