Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7976Zaaknummer UTR 25/2344
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 18 juni 2025
- Publicatiedatum
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/2344
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
BNT WIA. Niet-ontvankelijk, doorverwijzen naar verweerder ogv 6:20, pkv toegewezen.
De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
- verwijst het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 22 april 2025, door naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiseres heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2344
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2025 in de zaak tussen
Stichting HilverZorg, te Hilversum, eiseres
(gemachtigde: mr. J. van ‘t Veer),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op het verzoek tot herbeoordeling van mevrouw [A]. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Verweerder heeft op 22 april 2025 een inhoudelijk besluit op de aanvraag genomen. Bij de brief van 7 mei 2025 heeft eiseres aangegeven het niet eens te zijn met het genomen besluit. Op grond van art. 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is deze brief als bezwaar doorgestuurd aan verweerder. In deze uitspraak is enkel beoordeeld of verweerder niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van eiseres.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Volgens de rechtbank is niet gebleken dat eiseres nog belang heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen omdat het besluit is genomen. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.
3. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit.[_f0a7887d-71fa-4ce9-b67e-a334a6009597] Omdat dit besluit een besluit op de aanvraag is, verwijst de rechtbank het beroep, overeenkomstig het verzoek van eiseres, naar verweerder om als bezwaarschrift te worden behandeld.
4. Gelet op het vorenstaande is het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk. Het beroep, gericht tegen het besluit van 22 april 2025, verwijst de rechtbank door naar het UWV om als bezwaarschrift te behandelen.[_96fd541f-6352-44be-bd81-37dadbd4f3a7]Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Toegekend wordt € 453,50,-.
5. Daarnaast moet verweerder het griffierecht van € 385,- aan eiseres betalen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
- verwijst het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 22 april 2025, door naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiseres heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.