Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 17 november 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:7971Zaaknummer UTR 25/2305

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/2305
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk, ontoereikende machtiging

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2305

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2025 in de zaak tussen

[gemachtigde], veronderstellenderwijs namens Stichting Delta De Bilt voor Primair Onderwijs, te De Bilt, eiseres

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 31 maart 2025, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op het verzoek om herbeoordeling van mevrouw [A].

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die namens een ander beroep in beroep gaat moet, als de rechtbank daar om vraagt, een machtiging indienen waar in staat dat zij dat namens die ander mag doen. Dit staat in artikel 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen machtiging is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

3. Het beroepschrift is ingediend door mevrouw [gemachtigde]. Zij vermeldt daarin dat zij de gemachtigde is van Stichting Delta De Bilt voor Primair Onderwijs (hierna: Stichting Delta). De overgelegde machtiging is slechts ondertekend door [B]. Daarmee is er geen toereikende machtiging overgelegd waaruit blijkt dat [gemachtigde] gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens Stichting Delta. Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel volgt namelijk dat [B] gezamenlijk bevoegd is met andere bestuurders, in dit geval [C].

4. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 14 april 2025 de gelegenheid gegeven om een machtiging te sturen die mede is ondertekend door [C]. Eiseres heeft hierna gereageerd op deze brief door dezelfde schriftelijke machtiging over te leggen waarbij de verzochte ondertekening van [C] ontbreekt.

5. De rechtbank stelt vast dat de overgelegde machtiging ontoereikend is.

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.

7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.