Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 17 december 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:7749Zaaknummer 25/4313

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
25/4313
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

pkv na intrekking beroep.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Stichting Antonius Ziekenhuis, uit Nieuwegein, verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beslissing
  4. Informatie over verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4313

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen

Stichting Antonius Ziekenhuis, uit Nieuwegein, verzoekster

(gemachtigde: H. Özbakir),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: J.A. Voorn).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten.

1.1.

Naar aanleiding van een verzoek tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van de ex-werkneemster van verzoekster heeft het Uwv met het besluit van 18 februari 2025 de loongerelateerde WGA-uitkering[_388b81a9-df18-41d5-adf0-aefbf6dffa28] op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 13 mei 2025 gewijzigd in een loonaanvullingsuitkering. Met de beslissing op bezwaar van 11 juni 2025 heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

1.2.

Het Uwv heeft op 17 november 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Daarbij heeft het Uwv aan de ex-werkneemster met ingang van 13 mei 2023 een IVA-uitkering[_c9dd9da1-5c5b-42c8-a046-8cd5c421013e] toegekend. Daarnaast heeft het Uwv bepaald dat de kosten die verzoekster in bezwaar heeft moeten maken worden vergoed tot een bedrag van € 1.294,-.

1.3.

Verzoekster heeft het beroep op 19 november 2025 ingetrokken en de rechtbank verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die zij heeft moeten maken. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te gaan met een forfaitaire vergoeding voor het indienen van een beroepschrift.

1.4.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_20eaad05-98ed-4df7-adcd-5486f1a74618]

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_f4758b53-8f10-4ad1-a36c-0bc74961331d]

3. Gelet op het hiervoor weergegeven procesverloop stelt de rechtbank vast dat het Uwv tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster.

4. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

5. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.[_dca21e71-edd9-41fe-ac95-71f5e9d40414]Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.