Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 3 december 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:7064Zaaknummer 11978260 UT25-8079 en 11978267 UT25-8080

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
11978260 UT25-8079 en 11978267 UT25-8080
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtigingsverzoek tot belegging/beheer van het vermogen van minderjarigen. De kantonrechter acht het in het belang van de minderjarigen om machtiging te verlenen aan het door de moeder gedane voorstel tot beheer / belegging van het vermogen van de minderjarigen. Om toezicht te houden op het (verloop van het) vermogen van de minderjarige kinderen, draagt de kantonrechter de moeder op om een boedelbeschrijving bij de griffie in te dienen van het gehele vermogen van de minderjarigen en jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter over het gevoerde bewind over het vermogen van de minderjarigen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen die voor voogden gelden.

4 De beslissing

De kantonrechter:

- verleent machtiging om het vermogen van de minderjarigen te beheren / beleggen als hiervoor gemeld;

- draagt de moeder op om voor 3 maart 2026 een boedelbeschrijving bij de griffie van deze rechtbank in te dienen van het gehele vermogen van de kinderen;

- draagt de moeder op om jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter over het gevoerde bewind over het vermogen van de minderjarigen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen die voor voogden gelden;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummers: 11978260 & 11978267

Beschikking van 3 december 2025

Inzake het verzoek van:

[moeder],

wonende te [woonplaats],

hierna: de moeder.

De moeder heeft het verzoek gedaan in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen:

[minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum] 2009,

wonende te [woonplaats],

en

[minderjarige 2],

geboren op [geboortedatum] 2012,

wonende te [woonplaats].

1 De procedure

1.1.

Op 29 september 2025 heeft de kantonrechter machtiging verleend aan de door de moeder voorgestelde verdeling van de nalatenschap van [A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, overleden te Utrecht op [overlijdensdatum] 2025, laatste woonplaats [woonplaats]. De minderjarigen zijn de enige erfgenamen.

1.2.

Aan de machtiging heeft de kantonrechter onder meer de voorwaarde verbonden de gelden uit de overlijdensrisicoverzekering te storten op een bankrekening met clausule “Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen” (BEM).

1.3.

De moeder heeft op 4 oktober 2025 een e-mail gezonden aan de griffie van deze rechtbank. Deze e-mail vat de kantonrechter op als het verzoek om machtiging te verlenen om de gelden van de minderjarige op de door haar voorgestelde wijze te mogen beheren / beleggen.

2 Het verzoek

2.1.

De moeder verzoekt voor de beide minderjarigen om de nalatenschap als volgt te mogen beheren / beleggen:

- Bij de Rabobank een bankrekening van € 92.447,84, plus de nog te ontvangen uitkering van de Gouden Handdruk.

- Bij de ING-Bank een bankrekening van € 90.000,00.

- Bij de Triodosbank een bankrekening van € 10.000,00.

- Bij de ING-Bank een bankrekening van € 3.826,50.

2.2.

Als onderbouwing voert de moeder aan dat met deze wijze van beheer / belegging van het vermogen de tegoeden zijn gedekt onder het depositogarantiestelsel en er geen onnodige kosten worden gemaakt voor het openen van extra bankrekeningen met BEM-clausule. Daarbij krijgen de kinderen de mogelijkheid te leren omgaan met geldbedragen die passen bij hun leeftijd.

2.3.

Verder heeft de moeder verzocht machtiging te verlenen om jaarlijks middelen vrij beschikbaar te stellen om onder meer de door de kinderen verschuldigde inkomstenbelasting te kunnen voldoen.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter acht het in het belang van de minderjarigen om machtiging te verlenen aan het door de moeder gedane voorstel tot beheer / belegging van het vermogen van de minderjarigen. De reden is dat daarmee alle banktegoeden gedekt worden onder het depositogarantiestelsel en geen extra kosten voor meer bankrekeningen gemaakt hoeven worden. De kantonrechter zal de gevraagde machtiging daarom verlenen.

3.2.

Om toezicht te houden op het (verloop van het) vermogen van de minderjarige kinderen, zal de kantonrechter de moeder opdragen om voor 3 maart 2026 een boedelbeschrijving bij de griffie in te dienen van het gehele vermogen van de minderjarigen.

3.3.

Daarnaast zal de kantonrechter de moeder opdragen om jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter over het gevoerde bewind over het vermogen van de minderjarigen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen die voor voogden gelden.

3.4.

De kantonrechter merkt op dat er geen machtiging vereist is om jaarlijks middelen vrij beschikbaar te stellen om onder meer de door de kinderen verschuldigde inkomstenbelasting te voldoen. Dat is namelijk het voldoen van gewone lasten van de minderjarigen en dat valt onder het normale beheer van hun vermogen. Dit verzoek wordt in zoverre afgewezen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

- verleent machtiging om het vermogen van de minderjarigen te beheren / beleggen als hiervoor gemeld;

- draagt de moeder op om voor 3 maart 2026 een boedelbeschrijving bij de griffie van deze rechtbank in te dienen van het gehele vermogen van de kinderen;

- draagt de moeder op om jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter over het gevoerde bewind over het vermogen van de minderjarigen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen die voor voogden gelden;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.