Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 13 augustus 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:6749Zaaknummer 1800384 UC EXPL 25-5944

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13 augustus 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
1800384 UC EXPL 25-5944
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Volgt.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen

€ 5.447,27, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 4.000,00 vanaf 3 juli 2025 tot de voldoening;

veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 1139,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de

griffier in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Verstekvonnis d.d. 13 augustus 2025
  2. De overwegingen van de kantonrechter
  3. De beslissing

VONNIS

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 11800384 UC EXPL 25-5944

Verstekvonnis d.d. 13 augustus 2025

inzake

Stichting Dierenzorg Nederrijn

gevestigd te Heelsum

gemachtigde Van Loon Incasso Advocaten. rechtskundige

eisende partij,

tegen

Stichting Diergeneeskundig Vervoer O.G.V. m.h.o.d.n. Dierenambulance Gelderse Vallei

gevestigd Kernreactorstraat 9 C

3903 LG Veenendaal

gedaagde partij.

niet verschenen.

De overwegingen van de kantonrechter

De eisende partij heeft een vordering ingesteld.

De gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend

Voor zover dat aan de orde is constateert de kantonrechter dat de toepasselijke consumentenbeschermende voorschriften zijn nageleefd.

De vordering zal, nu deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, bij verstek worden toegewezen.

De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 122,35
  • griffierecht € 543,00
  • salaris gemachtigde € 339,00 (1 punt(en) x tarief € 339,00)
  • nakosten € 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1139,35.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen

€ 5.447,27, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 4.000,00 vanaf 3 juli 2025 tot de voldoening;

veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 1139,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de

griffier in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.