Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 5 augustus 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6073Zaaknummer UTR 25/2519
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2025
- Publicatiedatum
- 27 november 2025
- Zaaknummer
- UTR 25/2519
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
BNT WIA aanvraag
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2025.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2519
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. C.I. Nouse),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak beoordeeld de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet op tijd beslissen door verweerder op haar verzoek om herbeoordeling van de heer [persoon].
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_fd319c8b-c996-4cd4-b5b3-70c0919dc2a2]
2. Eiseres heeft haar aanvraag om herbeoordeling ingediend 21 mei 2024. Verweerder heeft op 24 april 2025 een verweerschrift ingediend. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling 25 november 2024 heeft ontvangen. Eiseres heeft meer dan twee weken daarna, te weten bij brief van 11 april 2025, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag.
3. Verweerder heeft bij de brief van 30 mei 2024 een besluit genomen op de aanvraag van eiseres van 21 mei 2024. Het besluit bevat een duidelijke afwijzing van het verzoek van eiseres om een herbeoordeling. Uit het besluit volgt dat het een reactie op het verzoek van eiseres betreft. Dit is nogmaals bevestigd in de brief van verweerder van 3 februari 2025 waarin hij toelicht waarom eiseres niet in aanmerking komt voor een vergoeding voor te laat beslissen.
4. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag is kennelijk ongegrond. Er is tijdig beslist door verweerder.
Conclusie
5. Het beroep is kennelijk ongegrond.
6. De proceskosten en de kosten van het griffierecht komen niet voor vergoeding in
aanmerking.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2025.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.