Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 3 februari 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:558Zaaknummer UTR 24/1514

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
3 februari 2025
Publicatiedatum
4 maart 2025
Zaaknummer
UTR 24/1514
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk omdat verweerder inmiddels heeft beslist. Het beroep voor zover gericht tegen het besluit is ook niet-ontvankelijk. Eiser heeft geen procesbelang omdat hij de gevraagde gegevens al heeft ingezien en de uitkomst van eisers beroep niet tot een voor hem gunstiger kan resultaat leiden.

Beslissing

De rechtbank: - verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 18 april 2024 niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/1514

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de minister voor Rechtsbescherming.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag en op zijn beroep tegen het besluit van 18 april 2024.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

  • Eiser heeft op 27 november 2023 aan [bedrijf] B.V. verzocht om inzage in zijn belgegevens vanuit de Penitentiaire Inrichting [locatie]. Omdat de minister voor Rechtsbescherming de verwerkingsverantwoordelijke is, heeft [bedrijf] het verzoek overgedragen aan verweerder.
  • Op 4 maart 2024 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. Op 18 april 2024 heeft verweerder alsnog beslist op eisers verzoek om inzage en zijn verzoek ingewilligd. Eiser heeft op 8 mei 2024 zijn belgegevens feitelijk ingezien.Het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen
  • Omdat verweerder inmiddels heeft beslist op eisers verzoek, is het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk.Het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 18 april 2024
  • Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is eisers beroep ook gericht tegen het besluit van 18 april 2024.
  • Het is vaste rechtspraak dat de indiener van een beroepschrift procesbelang moet hebben bij zijn beroep. Dit betekent dat het resultaat dat hij met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Omdat eiser de gevraagde gegevens al heeft ingezien, kan de uitkomst van eisers beroep niet tot een voor hem gunstiger resultaat leiden. Eiser heeft ook niet aangegeven wat hij met zijn beroep nog wil bereiken. Eiser heeft daarom geen procesbelang bij zijn beroep.Conclusie
  • Dit betekent dat beide beroepen niet-ontvankelijk zijn, zodat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling.
  • Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank: - verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 18 april 2024 niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.