Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 15 oktober 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:5432Zaaknummer UTR 23/6010

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
UTR 23/6010
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Buitenzitting, verzoek proceskostenveroordeling na ingetrokken beroep

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025.

de griffier is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
  2. Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/6010

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),

en

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten

Eiseres heeft op 7 december 2023 beroep ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 21 april 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Op 22 januari 2024 heeft verweerder alsnog op het bezwaar van verzoekster beslist en een verweerschrift ingediend.

Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.

Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_e4ecac60-f6f5-46c2-aac2-baeab4ddecbe]

2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. De rechtbank stelt vast dat verzoekster beroep heeft ingesteld op 7 december 2023 tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Met het besluit van 22 januari 2024 heeft verweerder alsnog op het bezwaar van verzoekster beslist. Daarmee is verweerder tegemoetgekomen aan verzoekster.

4. Verweerder heeft weliswaar gereageerd op het verzoek van verzoekster van proceskosten, maar zich niet inhoudelijk uitgelaten over het verzoek. In het verweerschrift van 11 juni 2024 heeft verweerder te kennen gegeven dat het beroep terecht is ingesteld en bereid te zijn het griffierecht en een proceskostenvergoeding te betalen.

5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5)

6. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht aan haar te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster kan zich hiervoor tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025.

de griffier is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.