Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:5294Zaaknummer UTR 23/3938

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
24 oktober 2025
Zaaknummer
UTR 23/3938
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging hersteltermijn in de tussenuitspraak, met drie weken.

De rechtbank:

- stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen zeven weken na verzending van de eerste tussenuitspraak, dus uiterlijk op 30 oktober 2025, het gebrek te herstellen met inachtneming van wat de rechtbank in de tussenuitspraak van 10 september 2025 heeft overwogen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van

mr. N.K. Boer - de Bruin griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] uit [plaats 1] , eiser
  2. Als derde-partij heeft aan de zaak deelgenomen: [derde partij] B.V. te [plaats 2] .
  3. Inleiding
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/3938

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] uit [plaats 1] , eiser

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. J. Voorn).

Als derde-partij heeft aan de zaak deelgenomen: [derde partij] B.V. te [plaats 2] .

Inleiding

1. Met de tussenuitspraak van 10 september 2025 heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.

2. Bij brief van 6 oktober 2025 heeft het Uwv de rechtbank verzocht om de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen met drie weken.

Overwegingen

3. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank een verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn, in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.

4. Het Uwv heeft om uitstel verzocht, omdat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep om ‘systeemtechnische redenen’ eerst een verzekeringsarts moet inschakelen, voordat hij een arbeidskundige herbeoordeling kan doen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep die betrokken is bij deze zaak is echter tot en met 14 oktober 2025 afwezig en door het tekort aan verzekeringsartsen bij het Uwv is er ook geen andere verzekeringsarts beschikbaar.

5. De griffier heeft het Uwv op 9 oktober 2025 telefonisch gevraagd om een nadere toelichting op de zogenoemde ‘systeemtechnische redenen’. Hiermee bedoelt het Uwv dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep alleen een volledige FML (dat wil in dit geval zeggen: een FML waarin ook de beperking van eiser voor ‘tillen’ op correct wijze is opgenomen) kan invoeren in het Claim Beoordelings en Borgingssysteem. De FML kan alleen gecorrigeerd worden vastgesteld door een verzekeringsarts: een arbeidsdeskundige kan dat niet zelf doen. Als de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML na 14 oktober 2025 gecorrigeerd heeft vastgesteld is er nog tijd nodig voor het onderzoek van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep en, indien nodig, voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.

6. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek aanleiding om de termijn uit de tussenuitspraak te verlengen met drie weken, dus tot 30 oktober 2025. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij ervan uitgaat dat deze termijn volstaat.

7. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:

- stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen zeven weken na verzending van de eerste tussenuitspraak, dus uiterlijk op 30 oktober 2025, het gebrek te herstellen met inachtneming van wat de rechtbank in de tussenuitspraak van 10 september 2025 heeft overwogen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van

mr. N.K. Boer - de Bruin griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.