Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:5278Zaaknummer UTR 25/553

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
UTR 25/553
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontoereikende machtiging. Beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [A] , veronderstellenderwijs namens [eiser] uit Almere
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/553

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2025 in de zaak tussen

[A] , veronderstellenderwijs namens [eiser] uit Almere

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het door [A] ingestelde beroep tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 6 december 2024.

2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat [A] bij het beroepschrift geen toereikende machtiging heeft meegestuurd en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

4. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen.[_3742aba7-4305-4c48-b932-7f8f7408e497] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.[_b0afc517-aeb5-4dd8-92f6-fe7fa23d5716]

Is een toereikende machtiging overgelegd?

5. Het beroepschrift is ingediend door [A]. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van [eiser]. Het bijgevoegde machtigingsformulier is echter niet ondertekend door [eiser], maar door [C]. Daarmee is er geen toereikende machtiging overgelegd waaruit blijkt dat [A] gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens [eiser].

6. De rechtbank heeft [A] in haar bericht van 13 augustus 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. [A] heeft binnen die termijn geen toereikende machtiging ingediend.

Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?

7. [A] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat [A] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.