Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Midden-Nederland, 11 juli 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:3834Zaaknummer C/16/595574 / FZ RK 25-521
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 11 juli 2025
- Publicatiedatum
- 7 augustus 2025
- Zaaknummer
- C/16/595574 / FZ RK 25-521
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzen rechterlijke machtiging ivm minder bezwarende alternatieven.
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025 door mr. J.M. Atema, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Pel, griffier en op schrift gesteld op 22 juli 2025. | ||
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! | !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! | |
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/595574 / FZ RK 25-521
Datum uitspraak: 11 juli 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1943 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend en verblijvend in [woonplaats],
advocaat: mr. J.D. van der Heijden.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft op 24 juni 2025 het verzoekschrift met bijlagen ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A], casemanager dementie;
- [B], dochter van betrokkene.
2 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf is nodig dat er geen minder bezwarende alternatieven voor de verplichte opname zijn (het ‘subsidiariteitsvereiste’). Dat is immers een zeer ingrijpend middel. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval minder bezwarende alternatieven zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Tijdens de zitting is namelijk gebleken dat de situatie van betrokkene is verbeterd ten opzichte van het beeld dat in de medische verklaring wordt geschetst. Thuiszorg is sinds driekwart jaar betrokken om betrokkene te helpen met haar medicatie en dat gaat inmiddels beter. Ook accepteert betrokkene sinds kort wondzorg. Hoewel het niet altijd makkelijk gaat, accepteert betrokkene uiteindelijk wel de nodige zorg; de thuiszorg weet nu beter hoe ze betrokkene moet benaderen. Dit laat onverlet dat de situatie voor de dochters van betrokkene, die ook veel zorg op zich nemen, zwaar is. Op dit moment rechtvaardigt dit, nu betrokkene de zorg beter accepteert dan eerst, echter niet het zware middel van een rechterlijke machtiging. De rechtbank vindt dat nu een te ver strekkende maatregel.
4 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025 door mr. J.M. Atema, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Pel, griffier en op schrift gesteld op 22 juli 2025. | ||
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! | !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! | |
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.